Ik ben weer thuis!!! Het is me gelukt als een gewoon, weldenkend mens het vliegtuig in te stappen en ik gedroeg me heel normaal en natuurlijk. Ik kreeg geen onderzoekende blikken van de stewardessen en mijn hyperventilatieboterhamzakje had ik ook niet nodig 😉
(Goed scrabblewoord – zou dat eigenlijk wel bestaan??)

Wat misschien hielp was het feit dat het meisje dat schuin voor me zat een paniekaanval kreeg. Annabel heette ze en ik had echt met haar te doen. Ze was samen met haar vriendin naar Chersonisoss geweest, had daar 2 weken lang feest gevierd en misschien was het de combinatie van teveel alcohol en uitputting of wat dan ook, maar het arme kind had het niet meer. De stewardess kwam er aan te pas om het meisje bemoedigend toe te spreken. Dank zij Annabel had ik nergens last van. Heerlijk. Een volgende keer mag ze weer mee. Ja, natuurlijk vond ik het ook zielig voor haar! Ik vond het vreselijk voor dat meisje en ik heb haar zelfs opbeurend toegesproken.

‘Ik hou ook niet van vliegen’ vertrouwde ik haar toe. ‘Sterker nog: ik haat vliegen. Ik heb er zelfs over nagedacht om naar huis te lopen maar had was me net iets te ver’ en dat bracht heel even een kleine glimlach op het bezwete en krijtwitte gezichtje van Annabel. Ik kon het natuurlijk niet maken om tegen haar te zeggen: ‘dank zij jouw narigheid voel ik me nu prima’ – dat kun je nou eenmaal niet zeggen, maar het was wel zo. Als je de ellende van een ander ziet wil je nog wel eens denken: ‘nou, dan valt het bij mij allemaal nog wel mee.’

Nu zit ik dus weer thuis, achter mijn vertrouwde computer en Rethimnon, waar ik geweest ben, lijkt opeens heel ver weg. Het was fantastisch. En warm. Soms net iets té warm want mijn grens ligt toch echt bij maximaal 34 graden. 38° Celsius is me net iets te gortig en dat is het wel eens geweest.

Wat me enigszins verbaasde waren de primitieve toestanden op het vliegveld van Heraklion. Er stonden nog net geen marktkooplui in de grote hal hun koopwaar te venten maar het scheelde niet veel. Het leek wel een derde wereldland. Sowieso vond ik de algehele staat waarin Kreta verkeerde tamelijk deplorabel. Ik dacht dat er miljoenen miljarden van ons geld naar Griekenland toegesluisd werden maar er was niets van te zien. De manier waarop ze met de – ooit mooie – gebouwen en huizen omgaan is treurig. Het is überhaupt onbegrijpelijk dat de landen waar de kunst en cultuur ooit op zo’n hoog niveau hebben gestaan zo in verval zijn geraakt – Egypte en Irak zijn daar mooie voorbeelden van.

Tot mijn grote verdriet afgrijzen vreugde heb ik ook nog eens een immens groot succes geboekt bij een echte autochtone Kretenzer. Het tandeloze mannetje was een jaar of 600, liep krom van de jicht, reuma en artrose en heeft ons een halve avond achtervolgd. Het was liefde op het eerste gezicht – van zijn kant dan hè, en de stralende blikken waarmee hij me monsterde deden me licht huiveren. Toen we uiteindelijk neerstreken op een terrasje bleef hij aan de overkant op de boulevard zitten, zich daarbij stevig vasthoudend aan zijn wandelstok en ik vroeg me oprecht af of ik me nu gevleid moest voelen of niet. Ik besloot tot het laatste – aarzelend, dat wel.

Toen ik naar Kreta vertrok had ik enkele plaatsen in gedachten die ik graag wou bekijken en/of bezoeken:
1 – Knossos (met stip bovenaan)
2 – Agios Nikolaos
3 – Malia
4 – Chania

..en wat heb ik gedaan? Helemaal NIETS. Ik ben niet verder gekomen dan de pittoreske steegjes van Rethimnon. En op zich was dat al meer dan de moeite waard.

Nu ga ik gauw Annabel een berichtje sturen, want ik wil wel graag vriendjes blijven met haar. Stel dat ik over een tijdje weer moet vliegen, dan ga ik toch tussen neus en lippen informeren of ze toevallig dezelfde kant op moet. Misschien kunnen we samen vliegen. Met Annabel durf ik wel.