Ze had flair, een goed lijf en was dankbaar toen hij met haar wou trouwen.
‘Jij blijft thuis en zorgt voor de toekomstige kinderen, ik zorg voor jullie’, bedisselde hij en ze vond het een prima regeling. Hij werd haar God, haar goeroe en ze was gelukkig. De enige smet op haar huwelijksgeluk was zijn constante vreemdgaan maar ze accepteerde het.

‘Ik zit met twee kinderen in een mooi huis en ik ben niet van plan een stap terug te doen’, hield ze zichzelf voor.

‘Ik ben waanzinnig gelukkig’, riep ze naar een ieder die het horen wou. Ze riep het zó vaak en zó hard dat niemand haar meer geloofde.

‘Ik hou van hem’, zei ze tegen haar vriendinnen als die vroegen waarom ze in Godsnaam bij hem bleef. ‘En ik ben financieel volkomen afhankelijk van hem’, dacht ze er achteraan maar dat zei ze natuurlijk niet.

Toen hij een hartinfarct kreeg moest hij het kalmer aan doen. Er kwam een eind aan zijn wilde avontuurtjes, aan zijn nachtelijke uitspattingen. Hij was opeens van haar alleen. Voor het eerst in haar huwelijk had ze haar man voor zichzelf.

Het was een grijze middag toen ze in het ziekenhuis aan zijn bed zat. Ze hoorde hem ademhalen en keek verstoord op.
‘Waar zijn ze nu, die andere vrouwen?’ dacht ze, opeens grimmig.
Ze dacht aan al die nachten dat hij weg was. Aan de medelijdende blikken van de omgeving, aan haar jarenlange pijnlijke vernedering.

‘Daniel is niet jouw zoon,’ hoorde ze zichzelf ineens hardop zeggen en glimlachte vilein toen ze zijn blik van verbijstering zag.
Hij was te geschokt om te antwoorden. Ze bleef glimlachen. Weer wierp hij haar een blik toe, vol ongeloof en ontzetting.
Nog even greep hij naar zijn hart. Toen brak het licht in zijn ogen.

—————-

Bij WE300 van Plato is het de bedoeling dat je een verhaal schrijft van 300 woorden waarin een bepaald woord – ditmaal ‘Verwaarlozen’ – niet voorkomt.
Meer bijzondere, mooie en ontroerende verhalen vind je op: http://platoonline.wordpress.com/