Kermend lag hij in een vreemde, groteske houding onderaan de trap. Hij probeerde zijn hoofd een kwartslag te draaien maar het lukte niet. ‘Ik moet iemand bellen,’ dacht hij panisch. Hij probeerde zijn arm op te tillen maar ook dat lukte niet. Na enkele vruchteloze pogingen, waarbij de pijnscheut in zijn schouder zo hevig was dat hij dreigde het bewustzijn te verliezen, gaf hij het op.

Eerder die dag
Ze waren het beiden zat, die eeuwige ruzies. Die meningsverschillen. Het getouwtrek om niets, het permanente gevit. Hij had soms het idee dat ze hem haatte en hij merkte dat de liefde van zijn kant ook niet al te diep meer zat.

‘Ik ga een weekje bij Karin logeren,’ zei ze die ochtend na de zoveelste woordenwisseling. Hij vond het een uitstekend plan. Een weekje zonder elkaar – het kwam hem voor als het ultieme Walhalla.

‘Ik kom je halen,’ zei Karin direct toen ze belde. ‘Zorg dat je op de stoep staat mam? Het parkeren bij jullie in de straat is zo moeilijk.’

Toen ze in de slaapkamer haar koffer pakte kregen ze weer woorden. ‘Waar ging het ook alweer over?’ vroeg hij zich af. Hij wist het niet meer. Hij herinnerde zich nog wel dat de gemoederen hevig opliepen.

Hij sloot zijn ogen en kreunde zachtjes. Hij merkte dat hij het benauwd kreeg. Enkele andere vage herinneringen drongen zich aan hem op. Hij herinnerde zich haar uitbundige: ‘Tot over een weekje lieverd’ toen ze hem een kus op zijn voorhoofd gaf. Ze had hem een vreemde blik toegeworpen. Hij herinnerde zich het geluid van de voordeur toen ze die achter zich dichttrok. Het afgrijselijke gekraak van zijn nek toen hij de trap af donderde. Van die duw in zijn rug bovenaan de trap kon hij zich echter niets meer herinneren.

——————-

Bij WE300 van Plato is het de bedoeling dat je een verhaal schrijft van 300 woorden waarin een bepaald woord – ditmaal ‘Twisten’ – niet voorkomt.
Meer bijzondere, mooie en ontroerende verhalen vind je op: http://platoonline.wordpress.com/