Het was al schemerig toen Annefleur het rijtuig uitstapte, afrekende met de koetsier en het bordes besteeg van het grote statige huis aan de Singel.

Ze stak de sleutel in het slot, deed in de gang haar hoed en sjaal af en verschikte nog even iets aan haar kapsel terwijl ze zichzelf bekeek in de verweerde spiegel. Ze hoorde dat de storm toenam en rilde. De herfst was wel érg vroeg dit jaar.

Handenwrijvend liep ze de woonkamer in waar ze haar moeder trof, naast de zacht gloeiende kachel.
‘Wat zit u in het donker moeder?’ merkte Annefleur op en boog zich om moeder een kus op de wang te geven.
‘Ik heb toch allemaal kaarsen branden?’ snibde de oudere vrouw en verdiepte zich weer in de Bijbel die op haar schoot lag. ‘Zo donker is het hier nu niet dunkt me.’
Annefleur glimlachte en keek om zich heen. Dat was waar. De hoeveelheid kaarsen die moeder hier had branden waren ruim voldoende om de Oude Kerk mee te verlichten.

‘Maar dat hoeft toch niet meer zo moeder, met al die kaarsen?’ zei ze zachtjes en trok een stoel naast moeder. ‘Dat hoeft toch zo niet meer?’
De oude dame slaakte een diepe zucht en even voelde Annefleur een klein beetje medelijden met haar moeder.
‘Al die nieuwerwetse dingen’ mompelde die. ‘Ik vind het maar niks.’

Annefleur sprong op, rende naar de deur en tastte een stukje muur af. ‘Kijk moeder!’ riep ze uit en verrukt keek ze om zich heen toen ze gevonden had wat ze zocht. De kamer baadde plots in een zee van licht. ‘Kijk eens! Dit is toch veel gemakkelijker?’

De oude vrouw zuchtte weer en boog het hoofd. ‘Ik vind het maar niks’ mompelde ze. ‘Vooruitgang zeg je? Wacht maar af kind, wacht maar af…….’

———————–

Bij WE300 van Plato is het de bedoeling dat je een verhaal schrijft van 300 woorden waarin een bepaald woord – ditmaal ‘Schakelen’ – niet voorkomt.
Meer bijzondere, mooie en ontroerende verhalen vind je op: http://platoonline.wordpress.com/