Afbeelding van Pixabay13 maart
Ik ben een tobber. Althans: volgens mijn vrouw.
‘Je hebt een tobber’ riep ze net weer. ‘Weet je hoe moeilijk het is om samen te wonen met een tobber?’
Ik had geen idee. Ik ben wie ik ben.
‘Dankzij dat ‘getob’ van mij kunnen we vorstelijk leven’ antwoordde ik. ‘Dank zij mijn ‘getob’ kan ik goede schrijfsels produceren’.

‘Goede schrijfsels…’ Ze spuugde het uit. ‘Wat zich in dat hoofd van je afspeelt is te ziek voor woorden. Het is walgelijk. Iedereen kan zien dat wat jij schrijft bedacht is door een zwaar getroebleerd persoon’.

Ze rukte een vel papier van mijn bureau, liet haar ogen over de tekst glijden en las een fragment hardop voor: ‘…hij herkende haar niet, zo gruwelijk verminkt was ze. Haar neus was weggesneden en op de plek waar haar ogen behoorden te zitten staken twee breipennen uitdagend de lucht in. Terwijl hij verlamd toekeek besefte hij één ding: hij was op dat moment…
‘Ach, verdomme’. Ze smeet het vel terug. ‘Ziek ben je. Een ziek, ziek mens’.

——————–

15 juli
‘Ben je weer aan het tobben?’ schreeuwde ze zonet.
‘Ik ben aan het schrijven’ riep ik terug.
‘Weer een van je zieke fantasietjes zeker?’ Ze klok als een gestoorde hyena.
Ik zou willen dat ze haar bek hield. Dat ze me rustig liet schrijven en eens zou appreciëren wat zich allemaal in mijn hoofd afspeelt.

——————–

20 oktober
Eindelijk rust. Eindelijk tijd om mijn gedachten de vrije loop te laten. Het fragment dat ze zo verfoeide heb ik ondertussen aangepast. Het klopte niet meer. Nu staat er:

Haar neus was weggesneden en op de plek waar haar ogen behoorden te zitten staken twee breipennen uitdagend de lucht in. Terwijl hij glimlachend toekeek besefte hij één ding: hij was op dat moment volmaakt gelukkig’.

___________________________________________________________________

Bij WE300 van Plato is het de bedoeling dat je een verhaal schrijft van 300 woorden waarin een bepaald woord – ditmaal ‘Nadenken’ – niet voorkomt.
Meer bijzondere, mooie en ontroerende verhalen vind je op: http://platoonline.wordpress.com/