Ik heb eigenlijk helemaal geen tijd om te schrijven want ik moet nog duizend-en-een dingen doen maar ik kon het toch ook weer niet laten. Een dag niet geschrijfd geschreven is een dag niet geleefd zullen we maar zeggen. De WE300 van Plato zat me ook nog steeds dwars want daar was ik al met al ook nog niet aan toegekomen. Daar ga ik dus maar eens mee beginnen want anders schiet dat er ook bij in en dat wil ik niet, daarvoor is ‘ie veel te leuk.

Goed, daar gaan we:

Het was koud in het kleine, stille huisje. Koud en stil.
Nee, dat is ‘m niet. Nog een keer:
Zachtjes slopen ze de trap op. Anna wist precies welke krakende traptreden ze moesten vermijden.
Pfff. Stomme aanhef.
Vervelend is dit. Vooruit dan maar, nog een poging:

WE300 – Kerstpiekeren

Zachtjes deed ze de deur van de slaapkamer open. ‘Mama?’ fluisterde ze. Haar moeder reageerde niet. ‘Mam?’ zei ze, ditmaal iets harder. ‘Wakker worden. Ik heb de Kerstman bij me!’

‘Zelfs nu, 80 jaar later, hoor ik mezelf nog steeds die paar zinnetjes zeggen’, dacht de oude vrouw die in een schommelstoel bij de open haard zat. Ze zuchtte en staarde weemoedig in de vlammen.

De oude dame – Anna heette ze – deed haar ogen dicht en ondanks het feit dat ze tegen zichzelf zei: ‘niet denken’, gingen haar gedachten toch terug naar die bewuste avond. Die avond toen ze als kleine Anna in haar bedje lag, luisterend naar de geluiden van het huisje waar ze samen met haar moeder in woonde. Ondanks het feit dat er geen geld was wist moeder het toch gezellig te maken.
‘Ik ben zo benieuwd of de cadeautjes al onder de boom liggen’, dacht Anna die van spanning niet kon slapen. Ze klauterde haar bedje uit en sloop op blote voetjes naar beneden. Ze wist precies welke krakende traptreden ze moest vermijden.

Haar hart maakte een sprongetje toen ze een paar cadeautjes onder de boom zag liggen. Vreemd genoeg schrok ze niet toen ze opeens een schaduw in de kamer zag bewegen.
‘Bent u de Kerstman?’ fluisterde ze. De pokdalige man die tevoorschijn kwam grinnikte. ‘Ja’, knikte hij. ‘Ik ben de Kerstman.’
‘Zullen we mama verrassen?’, vroeg ze. ‘Dat zal ze leuk vinden.’

Zachtjes deed ze de deur van de slaapkamer open. ‘Mama?’, fluisterde ze. Haar moeder reageerde niet meteen. ‘Mam?’ zei ze, ditmaal iets harder. ‘Wakker worden. Ik heb de Kerstman bij me!’
Haar moeder begon al te gillen voordat ze haar ogen open had en terwijl Anna nooit het waanzinnige gebulder van de Kerstman zou vergeten wist ze: Kerstmis is voor altijd verpest.

————————–

Bij WE300 van Plato is het de bedoeling dat je een verhaal schrijft van 300 woorden waarin een bepaald woord – ditmaal ‘Kerstpiekeren’ – niet voorkomt.
Meer bijzondere, mooie en ontroerende verhalen vind je op: http://platoonline.wordpress.com/