Toen Patrick zijn ogen opendeed besefte hij het direct: koppijn. En niet zo’n klein beetje ook. ‘Teveel gezopen gisteren. Veel te veel’ schoot het door zijn hoofd. Zijn polsen deden pijn en hij fronste. Hij was vastgebonden. ‘Wat is dit?’ vroeg hij zich verbijsterd af. ‘Waar ben ik in Godsnaam en waarom lig ik er zo bij?’

‘Ben je wakker?’ hoorde hij opeens een stem. Hij keek omlaag. Ze lag met haar hoofd tegen zijn borst.

Hij schrok. Flarden van herinneringen kwamen omhoog. ‘Gisteravond. De vrouw aan de bar waarmee ik in gesprek raakte – Anna? Karin?? Ik weet het niet meer.’

‘Ik hou van spelletjes’, had ze gezegd. ‘Ik hou van…’ Ze had zich voorover gebogen en in zijn oor gefluisterd waar ze allemaal van hield. ‘En geloof me’, glimlachte ze, ‘er is niet één vrouw te vinden die hierin mijn gelijke is’.

Hij probeerde zich te bevrijden van de touwen maar het lukte niet. ‘We gingen samen weg’, wist hij weer. ‘Ik ging met haar mee naar haar huis. Ik weet nog dat we samen op straat liepen, dat we NOG meer wijn dronken…’
Hij dacht krampachtig na. Er kwamen geen nieuwe herinneringen bij.

‘Fijn dat je wakker bent!’ hoorde hij. Haar handen streelden zijn borst en zijn buik.

‘Spelletjes’, fluisterde ze. ‘Weet je nog, gisteravond? Er was niemand zo goed als ik. Je hebt het zelf gezegd.’ Ze richtte zich op en in het duister ving hij een glimp op van een monsterlijk gezicht. Hij verstijfde. ‘In Godsnaam. Wat was hier aan de hand? Was het een speling van het licht?’

Haar lippen krulden en hij zag grote, glimmende snijtanden. De rottende lucht die uit haar mond kwam benam hem de adem.

‘Spelletjes’, gromde ze terwijl ze omlaag zakte. ‘Niemand speelt ze zo goed als ik’.

Hij schreeuwde.

———————

Bij WE300 van Plato is het de bedoeling dat je een verhaal schrijft van 300 woorden waarin een bepaald woord – ditmaal ‘Evenaren’ – niet voorkomt.
Meer bijzondere, mooie en ontroerende verhalen vind je op: http://platoonline.wordpress.com/