Toen ze hem leerde kennen was het alsof ze God leerde kennen. Ze hield direct op zelf te bestaan. Ze verdampte en werd een onderdeel van hem – zijn schaduw, zijn afsplitsing, zijn tweede ik.

Om elk grapje van hem, hoe dom ook, schaterlachte ze. Elk woord dronk ze, elke glimlach absorbeerde ze. Als hij thuiskwam van zijn werk stond ze hem met een teiltje warm water op te wachten en masseerde liefdevol zijn voeten terwijl hij zijn whisky opdronk en aanwijzingen gaf.

Als ze moest kiezen tussen hem of de kinderen dan koos ze voor hem. Dat kon ze tegen niemand zeggen natuurlijk, maar diep van binnen wist ze dat. Hij was haar afgod en ze zou zijn billen schoon willen vegen als hij haar dat toeliet.

Haar vroegere vriendinnen herkenden haar niet meer en hadden allang afgehaakt. Dat was niet erg. Ze had haar afgod en haar kinderen. Meer had ze niet nodig. Zolang ze zich maar in dienst van HEM mocht stellen was ze tevreden.

Op de dag dat hun jongste zoon 18 jaar werd kondigde hij zijn vertrek aan.

‘Je zal heus wel gevoeld hebben dat er een ander was’ zei hij terwijl hij zijn koffer pakte. Natuurlijk had ze het gevoeld. Maar in het verleden was dat ook gebeurd en toen ging hij toch ook niet weg? Toen hij haar bij de voordeur een laatste medelijdende blik toewierp verdween elk spoortje van leven in haar.

Nooit meer zijn voeten wassen. Nooit meer zijn ontbijt op bed brengen. Nooit meer zijn rug masseren. Het vooruitzicht was vreselijk.

Ze liep naar de badkamer, verzamelde alle slaappillen die ze kon vinden en nam ze in met twee grote glazen whisky.

‘Ik wist dat dit ooit ging gebeuren’ dacht ze nog even. Toen sloot ze haar ogen. Voor altijd.

————————-

Bij WE300 van Plato is het de bedoeling dat je een verhaal schrijft van 300 woorden waarin een bepaald woord – ditmaal ‘Verwennen’ – niet voorkomt.
Meer bijzondere, mooie en ontroerende verhalen vind je op: http://platoonline.wordpress.com/