Bron: PixabayHij doet het! Hij doet het! O God, dank je wel! Wat was ik bang zojuist! Ik ben er toch een tijd (wat heet: 2 tot 3 uur!) mee bezig geweest en hoe ik bij de oplossing kwam weet ik nog steeds niet, het was een wild guess, maar het werkte.

Wat was het geval: mijn harde schijf van TWEE terabyte deed niets meer. Hij weigerde. Het lichtje brandde heel even, ging daarna uit en dat was het.
Ik werd beurtelings warm en koud van narigheid en schrik. Serieus. Ik schrok zo – schrok – eigenlijk raar dat we ‘schrok’ zeggen als verleden tijd van schrik. Want de verleden tijd van ‘schrokken’ is ‘schrokte’. Dan zou de verleden tijd van ‘schrikken’ dus eigenlijk ‘schrikte’ moeten zijn.
Er zijn wel meer van die woorden die me zo bezighouden. Vanavond aan tafel hadden we het er nog over. Waarom is de verleden tijd van gapen niet giep terwijl de verleden tijd van slapen wel sliep is?
En waarom is de verleden tijd van praten niet priet terwijl de verleden tijd van laten wel liet is?
Zo heb ik ondertussen al een hele lijst met woorden waarvan ik me vaak afvraag: ‘WAAROM is dat zo?’ Ik heb ooit zelfs de Nederlandse Taalunie een e-mail gestuurd omdat we hier in huis een discussie hadden over het woordje ‘Waner.’
Man- en vaderlief waren het met elkaar eens dat het taalkundig goed was. ‘Een ‘waner’ was iemand die aan wanen lijdt. Die zich ‘waant’,’ aldus de twee heren. Net zoals een denker, een doener, een prater, een helper, een enfin, bedenk het maar, ook goed zijn.
Ik was het er absoluut niet mee eens. ‘Dan is een ‘ademer’ ook goed’ riep ik uit. ‘Dat is iemand die ademt.’ Omdat we er niet uitkwamen legde ik de Taalunie dit probleem voor en hun antwoord was wat vaag.
Waar het op neerkwam was dat het woord weliswaar niet in de woordenboeken voorkwam, maar dat het taalkundig misschien wel zou mogen hoewel het niet gebruikelijk is.

Mijn hemel, nu ik bovenstaand stukje terug lees zie ik dat ik werkelijk weer als een dolle aan het afdwalen ben. Het is gewoon waanzinnig. Even terug. Ik schrok zo. Daar was ik gebleven en daar ga ik nu verder. Ik schrok zo verschrikkelijk want ja: ik heb bijna AL mijn foto’s op de externe harde schijf staan. Op mijn gewone pc heb ik niet zoveel staan omdat ik 2x per jaar het hele systeem er opnieuw opzet en geen zin heb om dan te back-uppen. Alles staat dus op de harde schijf en die deed niets meer vanavond. Ik was ten einde raad. Herstartte m’n pc 3 keer. Stekker erin, stekker eruit. Telkens ging het lichtje branden, hoorde ik de schijf wat reutelen en dan viel alles stil.

Ik wou de schijf een ferme doch zeer dwingende tik geven maar besloot eerst wat anders: ik trok de usb-kabel uit het hubje en plugde die rechtstreeks mijn pc in (‘waar héb je het over?’ zou mijn grootmoeder zeggen. Mijn moeder trouwens ook) en voilà: de schijf deed het weer! Het lag niet aan de schijf! Het lag aan het hubje!! Ik ben zo blij! Zo blij! Ik ben hier helemaal hyper van, zo blij ben ik!

——————

Drie uur later.
Okay. Bovenstaand stukje really doesn’t make any sense. Waarom schreef ik dat eigenlijk allemaal op? Ik kon ook gewoon denken: ‘Mooi. De schijf doet ’t weer. Gelukkig’ en dan overgaan tot de orde van de dag. Waarom altijd dat overdrevene? Waarom nooit eens normaal?

Ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Ik weet wel dat ik nu moet gaan slapen maar ik ben bang dat het niet gaat lukken. Ik ben veel te blij. Ik ga maar even de politieke ontwikkelingen bekijken. Dan is het vast gauw gedaan met mijn blijheid. Of ik dan kan slapen is een tweede natuurlijk…