Toen ik manlief zojuist voorstelde om naar een opgenomen aflevering te kijken van ‘Boardwalk Empire’ keek hij me aan alsof ik knettergek was. Hij keek toen weer naar tv en besloot niet eens te antwoorden. Het zal misschien te maken hebben met het feit dat er momenteel voetbal op tv is. ‘Ajax speelt tegen Barcelona,’ zoiets wist hij me nog wel toe te fluisteren.

Daarna stelde ik dochterlief voor haar culturele ondergrond weer wat voeding te geven en toonde haar een filmpje van The Doors. ‘Kijk eens lieverd, hoe vind je deze muziek?’
Ze haalde haar schouders op. ‘Stom.’ Dochterlief was niet bijster geïnteresseerd. Op zich snap ik dat wel want toen ik een jaar of 16 was vond ik de muziek van mijn ouders ook niet super, maar toch… Dat was anders.

Manlief keek naar voetbal, dochterlief sloot zich op in haar kamer met haar nieuwe mobieltje en ik besloot het boek dat ik vanochtend aantrof op mijn boekenplank weer door te bladeren. Tijdens het organiseren van mijn boekenkast vanochtend – of althans: een poging wagend daartoe – stopte ik halverwege want ik kreeg een oude ‘Parool Life’ in handen, gewijd aan Frankrijk. Het boek dateerde nog van 1961 – een halve eeuw oud dus – en het was heerlijk om te lezen over het Frankrijk en het Parijs van toen. Met Parijs heb ik een haat-liefde verhouding. Ik heb er zelfs een jaar gewoond maar ik miste iets. En ik weet precies wat dat ‘iets’ is. Ik miste het Parijs van toen. Van ooit. Het Parijs van lang geleden. Het is eigenlijk niet uit te leggen en het klinkt idioot maar ik ga toch een poging wagen. Ik miste het Parijs van Henri Toulouse-Lautrec. Ik miste het Parijs van de schilders, de dichters, de filosofen. Nachtenlang over politiek debatteren in een rokerig café, DAT wou ik. Als de ochtend gloorde zou een ieder door de natte straten van Parijs huiswaarts keren. Ik hou van Parijs in de regen, vandaar dat ik dol ben op de schilderijen van Antoine Blanchard.

© Antoine Blanchard - Cafe de la PaixMisschien heeft het te maken met het feit dat er, als het regent, (voor mijn gevoel althans) net iets minder toeristen op straat lopen en je een beetje de authentieke sfeer van de stad zou kunnen voorstellen. Je moet je verbeeldingskracht wel wat geweld aandoen, maar toch.
Hoe dan ook: dát Parijs heb ik altijd gezocht en nooit gevonden. Omdat het er niet meer is. Het is weg. Voorgoed Verdwenen. Voor Altijd.

Toen ik me dat vanochtend realiseerde voelde ik opeens een bepaalde melancholie over me neerdalen. Om in de stemming te komen draaide ik ‘Waiting for the Sun’ van The Doors.

Dat hielp niet echt. Want toen bedacht ik me dat het graf van Jim Morrison op Père Lachaise ondertussen ook niet meer is wat het ooit was. Een jaar of wat geleden heb ik nog vol eerbied een blikje bier gedronken aan zijn graf maar, in tegenstelling tot de andere bezoekers, liet ik het niet achter. Dat vond ik wat rommelig staan. Tegenwoordig schijnt het een bedevaartsoord geworden te zijn en is er een hek om het graf heen geplaatst omdat iedereen zich verplicht voelde stukken beton van het graf te hakken. ‘Souvenir. Altijd leuk voor later,’ zal de gedachte zijn van de stumpers die dat doen. Mensen worden steeds vreemder.

‘Alsof jij zo normaal bent,’ mompelde dochterlief toen ik haar dit zojuist allemaal vertelde. ‘Jij stond daar toch ook aan dat graf met een blikje bier in je handen?’ Ze wierp me een licht misprijzende blik toe.

Mijn mond klapte een paar keer open en dicht omdat ik iets wou zeggen maar ik kon niets zinnigs uitbrengen. In plaats daarvan werd het me pijnlijk duidelijk. Dit is wat ze bedoelen met generatiekloof.
Opeens voelde ik een hevig verlangen opkomen naar een grote fles ijskoude Prosecco.