Zondag 23-11
‘Je moet een beetje uitkijken hoor’, zei manlief toen hij bult inspecteerde. ‘Laatst liep je ook al tegen de badkamerdeur op. Mensen geloven het niet als je dit vertelt, die denken dat zich hier van alles afspeelt.’ Kon nauwelijks antwoorden. Bult bonkte te hard.

Maandag 24-11
Nu heeft man griep. Akelig. Eerst moeder, nu man. Moe is ook nog niet de oude. Schijnt agressieve griep te zijn.
Vanavond met dochter naar school i.v.m. voorlichtingsavond studiekeuze. ‘Weet je waar we moeten zijn?’ vroeg ik in de auto onderweg naar school. Bedoelde natuurlijk: in welk lokaal.
‘Ja, dat weet ik’, zei dochter.
‘Waar moeten we dan zijn?’ vroeg ik.
‘Op school’, antwoordde ze.

Dinsdag 25-11
Hachee gemaakt. Stukje Julia getypt. Was opgevouwen. Moeder gebeld. Saotosoep gemaakt. Is kippensoep op z’n Javaans. Bult op hoofd slinkt aardig.

Woensdag 26-11
Moest noodgedwongen met openbaar vervoer naar werk. Stapte jammer genoeg direct al in de verkeerde bus. Daar stond ik dan te vernikkelen in het holst van de nacht, temidden van de tochtige weilanden ergens bij Bolsward. Had natuurlijk alle 4 andere aansluitingen gemist. Was zeldzaam kwaad op mezelf. Schrok van de woede en haat die in me opkwam. ‘Jij minkukel’, foeterde ik in gedachten. ‘Jij ongelooflijk stuk onbenul. Is het godsamme werkelijk zo moeilijk om in de goede bus te stappen?’ Strompelde pas tegen half twaalf de afdeling op. Toen moest de dag nog beginnen.

Na het werk afgesproken in café met vriendin C. Ze was wat laat. Aan de bar oreerde een fanatieke stamgast:
‘De enige oplossing is als we allemaal ons geld van de bank halen. Moet jij eens opletten hoe gauw je die kl&@#zakken dan op de knieën hebt. Dan is het gauw afgelopen met dat gegraai van andermans geld. En met de bonussen die ze zichzelf toekennen. Godsamme. Wat een tuig. Maak ze maar kapot, die banken. Laat er in Godsnaam een Staatsbank komen.’ De barkeeper luisterde aandachtig.

Donderdag 27-11
Gewerkt. Weer met het O.V. naar huis, ging nu goed. Man is nog steeds grieperig.

Zalm in de oven en spruitjes gegeten. ‘Mmmm, yammie’, zei dochter toen ze zag wat we aten. Ze schudde mistroostig haar hoofd en keek somber. Toen ik een smoothie voor haar neus neerzette gemaakt van blauwe bessen, wortel en spinazie werd de blik er niet beter op.

Vrijdag 28-11
Gewone kippensoep gemaakt. Wat in huis gerommeld. Heb verdwenen foto’s niet meer teruggevonden. Probeer er maar niet teveel bij stil te staan, anders moet ik huilen.
‘s Avonds laat de honden uitgelaten. Ben ik niet gewend alleen te doen. Keek steeds achterom of er niemand achter me liep.

Zaterdag 29-11
Boodschappen gedaan. Bij de Action stonden bij de speelgoedafdeling 2 vrouwen te praten. ‘Hij blijft thuis tot na Oud & Nieuw’, zuchtte een van de vrouwen. ‘Op zich vind ik dat niet eens zo erg, maar hij wil dat we de feestdagen bij zijn ouders doorbrengen. Het idee!’
Bleef hele tijd om de vrouwen heen draaien in de hoop meer op te vangen, lukte niet.

Zondag 30-11
12.42 uur. Lig op de bank met iPad. Vriendin M. belde net. ‘Kan ik even komen?’ vroeg ze. ‘Ik moet je wat vertellen.’
‘Ik vind het goed’, antwoordde ik, ‘maar we hebben griep in huis en ik weet niet of het verstandig is in verband met Sammetje.’
‘Dan vertel ik het een andere keer’ zei ze. Ze klonk geheimzinnig.
Pas na lang aandringen, zeuren, jengelen en uiteindelijk chanteren vertelde ze het: ‘Ik ben in verwachting.’
Ze was er zelf nog beduusd van. ‘Dit was helemaal niet gepland. Ik heb geen idee hoe het kon gebeuren.’
‘Ik wel’, zei ik. Begon haar uit te leggen hoe het gebeurd moest zijn.
‘En als het je niet uitkomt geef je het kindje maar aan mij’ eindigde ik. ‘Dan zorg ik er wel voor. Gezellig.’
Vriendin M. vond dat niet direct een goed idee. Ik wel.

Ga nu man vertellen over de mogelijke gezinsuitbreiding. Daar knapt hij vast van op.