‘Ik weet niet wat je bedoelt’, sprak de mooie blonde vrouw met hoog opgetrokken wenkbrauwen. Ze keek afkeurend naar de warrige bos krullen die tegenover haar zat en vervolgde: ‘Ik weet het echt niet. Wat bedoel je precies met: ‘probeer jezelf te blijven? Ik BEN mezelf. Ik ben ALTIJD mezelf. Waar heb je het in godsnaam over?’

Ze keek de krullenbol aan met ogen die vuur sproeiden. ‘Ik ben gewoon doorgegaan met me te ontwikkelen, mijn horizon te verbreden. Als dát het is wat je stoort, tja. Daar kan ik dan niets aan doen.’

Ze schokschouderde en staarde grimmig naar buiten. Het was opgehouden met zachtjes te regenen. In plaats daarvan viel de regen nu met bakken uit de hemel.
De krullenbol zweeg. En tijdens het zwijgen dacht ze: ‘Ik ben haar kwijt. Ik ben haar definitief kwijt.’
Eigenlijk wist ze het allang maar nog nooit werd het haar zo scherp en pijnlijk duidelijk als nu, op dit moment.

Ze keken elkaar aan en glimlachten. Het was een beleefd glimlachje. De krullenbol probeerde een glimp van herkenning op te vangen maar ze realiseerde zich dat ze in de ogen keek van een vreemde. En weer dacht ze: ‘ik ben haar kwijt. Ik zal nooit meer tot haar doordringen.’
Ze wou haar vriendin beetpakken en roepen: ‘IK ben het. IK, je beste vriendin. We hebben samen op school gezeten, weet je nog? We hebben samen tot diep in de nacht gefeest, weet je nog? We hebben zelfs een tijd samengewoond! Hou op met dat toneelstuk. Hou op met die rol te spelen. Wees alsjeblieft weer diegene die je was. Ooit. Lang geleden.’

Ze had willen vragen: ‘waarom doe je toch zo raar?’, maar ze liet het wel uit haar hoofd die vragen te stellen. Ze wist dat haar vriendin smalend zou glimlachen en dat het antwoord zou zijn: ‘ik weet niet waar je het over hebt. Ik zit waanzinnig lekker in m’n vel. Alles is helemaal fantastisch. Helemaal goed. Echt he-le-maal goed.’

‘Helemaal goed’, was een uitdrukking die ze om de haverklap gebruikte. De krullenbol begreep ineens waar een serie als ‘Gooische Vrouwen’ op gebaseerd was. Ze dacht altijd dat die ontsproten was aan de fantasie van de schrijver – Harry Potter bestond immers ook niet. Maar een bepaald slag vrouwen bestond wel degelijk. Vrouwen die een eigen taaltje hadden. Vrouwen die niets anders deden dan zichzelf belangrijk maken. Vrouwen die alleen maar bezig waren zoveel mogelijk mensen om zich heen te verzamelen. Die boos werden als je niet op hun champagnebrunch kwam. Niet omdat ze je aanwezigheid belangrijk vonden maar omdat je weigerde als opvulling te fungeren. Omdat je geen zin had mee te doen aan het spel.

De krullenbol glimlachte naar haar blonde vriendin en keek op haar horloge.
‘Kom’, zei ze. ‘Ik moet maar eens gaan. Morgen gaat alweer vroeg de wekker.’ Beiden stonden zichtbaar opgelucht op. Bij het afscheid gaven ze elkaar drie kusjes in de lucht en zeiden dingen als: ‘het was gezellig’. Ze bleef haar blonde vriendin lang nakijken, zoals ze daar wegliep. Een eenzaam figuurtje in de donkere avond. En ze wist dat ze haar vriendin kwijt was. Kwijt was geraakt, ergens onderweg. En van binnen huilde ze omdat ze wist dat ze haar Vriendin van Ooit nooit, maar dan ook nooit meer terug zou zien.