Op de een of andere manier heb ik wat minder inspiratie de laatste dagen. Dit heeft alles te maken met het mooie weer en de miljoenen andere dingen waar ik momenteel mee bezig ben. Een van de belangrijkste bezigheden van dit moment is: kalm blijven.

Ik heb enkele dagen geleden weer een vliegreis geboekt en dat is natuurlijk enorm leuk ware het niet dat ik ergens in de loop der jaren een zielige, pathetische, ziekelijke, beschamende vliegangst heb ontwikkeld. Serieus. Het is ZO beschamend dat ik af en toe met een pijnlijk vertrokken gezicht naar mijn eigen spiegelbeeld staar en fluister: ‘wat ben jij voor zielig, ziekelijk, geestelijk gehandicapt en misvormd hysterisch creatuur?’
Spiegelbeeld weigert te antwoorden dus ik ben er nog niet helemaal uit. Feit is dat ik een vliegangst heb ontwikkeld die zijn weerga niet kent en ik weet ook precies wanneer het is begonnen.

Het begon ergens in de jaren ’90 toen ik vanaf Lapland in een heel klein vliegtuigje naar Helsinki vloog. Het kleine vliegtuigje, model zelfbouwpakket, belandde in een ouderwets noodweer en daar hing ik, hoog in de lucht, bijna ondersteboven in een speelgoedvliegtuigje dat aan het schudden en schokken was. Net toen ik dacht dat mijn geluk compleet was vielen de lichten uit.
Wat er toen door me heenging is met geen pen te beschrijven en hoe ik hier levend uitgekomen ben herinner ik me niet meer. Feit is dat het nooit meer helemaal goed gekomen is met mijn geestelijk gestel als het op vliegen aankomt en hier kan geen pil of psychiater me mee helpen 😉
De vlucht was zo Godsgruwelijk afgrijselijk dat ik zeker wist dat ik het er überhaupt niet levend vanaf zou brengen. VOORDAT het vliegtuig ter aarde zou storten zou ik namelijk al bezweken zijn aan een hartinfarct had ik me bedacht. Het feit dat ik dit allemaal opschrijf is het bewijs dat dit niet gebeurd is.

Toen kwam de overstap: vanaf Helsinki moest ik door naar Parijs (waar ik op dat moment woonde) en ondanks mijn geknakte zenuwen slaagde ik erin me aan boord te hijsen van het Air France toestel. Ik werd hartelijk verwelkomd door een charmante stewardess die me direct een toast met gerookte zalm aanbood. Zo ging dat toen nog bij Air France. Ik nestelde me in een hoekje, deed de riemen om en knabbelde genoeglijk aan m’n toast met gerookte zalm.
De situatie leek bijna weer onder controle en de ervaring van enkele uren daarvoor probeerde ik te verdringen, totdat het vliegtuig in beweging kwam. Het grote Air France toestel ging taxiën, ging sneller en sneller en sneller en toen: toen verslikte ik me in een paar grote kruimels van die toast met gerookte zalm.

Ik dacht dat ik stikte. Daar zat ik, vastgegespt in een toestel dat bezig was op te stijgen terwijl ik naar adem hapte en de tranen over m’n wangen rolden. Op dat moment wist ik het zeker: ‘dit red ik niet.’ Volgens mij ben ik even buiten bewustzijn geweest maar dat weet ik niet zeker meer.

Feit is dat ik sindsdien getraumatiseerd ben. Nog net niet voldoende om NIET te vliegen – kom op, ik weiger om een gevangene te worden van mijn eigen angsten! – maar voldoende om steeds te denken: ‘je gaat niet toegeven aan je angsten.’
Het feit dat ik mezelf dat steeds moet voorhouden zegt al genoeg over de deplorabele staat waarin ik verkeer momenteel. Mijn geestestoestand raakt de absolute bodem als het op vliegen aankomt. En ja, natuurlijk vind ik dat een beetje gênant. En triest. En sneu en beschamend. En natuurlijk zeg ik vaak tegen mezelf: ‘waar ben jij in Hemelsnaam mee bezig?’ Maar ja… maar ja….

Ik wil een Teletijdmachine.
Of vleugels.