Broertje,

Als je er nog was geweest dan had je tegen me gezegd: ‘we hebben hem te pakken jongens! Dit is de dag die je wist dat zou komen.’ Met één opgetrokken wenkbrauw zou je me grijnzend aangekeken hebben en als ik berispend mijn hoofd had geschud zou je nog harder gelachen hebben.

Het is gek, maar ik wéét gewoon dat je dat gezegd zou hebben. Een bepaalde galgenhumor was aan jou uitermate goed besteed. Kun je je nog herinneren hoe geschokt mama keek, vorig jaar, in het ziekenhuis? Toen je die ene grap maakte?

Mam en ik gingen bij je op bezoek in het ziekenhuis. Je was net aan het opknappen van een lichte longontsteking en je had een zwarte coltrui aan. Steve Jobs, de Apple-oprichter, was kort daarvoor overleden en hij stond bekend om zijn voorliefde voor zwarte coltruien. Ik zei tegen je: ‘die zwarte coltrui staat je leuk Knol. Je lijkt een beetje op Steve Jobs zo.’

Je grijnsde vrolijk naar me, stak je rechterwijsvinger in de lucht en grapte: ‘jaaaa, en moet jij eens opletten: binnenkort lijk ik nog véél meer op Steve Jobs.’

Samen moesten we enorm lachen maar mama was verbijsterd. Toen de clou eenmaal echt goed tot haar doordrong  kon ze alleen maar een ‘nou jaaaaa’ uitbrengen, ons beiden van top tot teen verwonderd aankijkend. Je hóórde haar denken: ‘wat ik twee vreemde kinderen.’
Toch was het even heerlijk ontspannend, om zo te kunnen lachen, ondanks alle ellende waar we op dat moment in verkeerden. Je hebt sowieso nooit geklaagd of gemopperd tijdens je ziekte. Toen je hoorde dat je ziek was en dat het er niet best uitzag, zei je alleen maar: ‘shit happens.’ Daarmee was voor jou de kous af.

Toen vorig jaar op 27 juni om 10.15 uur in de ochtend het telefoontje kwam dat je er niet meer was, waren we niet verbaasd. We wisten dat het eraan zat te komen. Het was genoeg, je was op. De ziekte had je gesloopt. Na het telefoontje zei mam kordaat: ‘we gaan er meteen heen. Ik wil mijn kind vasthouden nu hij nog warm is’ en we reden direct naar het hospice toe waar je je laatste dagen gesleten had. Het gekke is Knol: als ik aan die periode denk, kan ik me niet voorstellen dat het om JOU ging toen! Snap je wat ik bedoel? Jij was het niet, die daar lag.

Ik heb heel vaak het gevoel dat je er nog bent. Dat je gewoon ergens anders heengegaan bent. Vroeger, als mensen emigreerden, naar Australië of Nieuw-Zeeland, dan nam de familie meestal afscheid voor altijd. Natuurlijk, ze schreven elkaar wel, maar die briefwisseling beperkte zich vaak maar tot enkele brieven per jaar.

Omdat ik eigenlijk geen zin heb in dat: ‘mijn broer is er niet meer-gedoe’ (sorry little brother, maar woorden als ‘dood of ‘overleden’ wil ik niet eens opschrijven) heb ik mezelf het afgelopen jaar dus regelmatig voorgehouden dat je geëmigreerd bent. Naar Australië of Nieuw-Zeeland. En dat ik je heel erg lang niet ga zien. Maar eens in de zoveel tijd kan ik je gelukkig een brief schrijven.

En weet je Knol: op de een of andere manier voelt dat heel erg goed.

——————————————————

One year today…
But you’re not dead: you’re just away

I cannot say, and I will not say
That you are dead – you’re just away!