Hendrik-Jan Doordouwer verschijnt om de week in de Harlinger Courant. Hij moppert heel wat af maar gelukkig is daar Afke die hem altijd wel weer uit de put weet te trekken. Hoewel…..

Het was een prachtige, zonnige lentemiddag toen Hendrik-Jan Doordouwer en Afke heerlijk op het terrasje van Anna Casparii zaten. Van tevoren had Afke duidelijk tegen Hendrik-Jan gezegd: ‘we gaan het niet de hele tijd over politiek hebben hoor’ maar die boodschap was – jammer genoeg – niet helemaal tot Hendrik-Jan doorgedrongen. Hij zat zich nu op te winden over de toestand bij de NS en klaagde:

‘Schandelijk, die toestand bij de NS. De oude topman, de man die verantwoordelijk is voor het debacle met de Fyra, Van Meerstadt, heeft besloten weg te gaan bij de NS ‘omdat hij toe is aan een nieuwe uitdaging.’ Een nieuwe uitdaging. Ha!’
Het gezicht van Hendrik-Jan vertrok tot een pijnlijke grimas. ‘Bij zijn vertrek noemden ze hem een ‘buitengewoon kundig en succesvol leider’. Het moet toch niet gekker worden in dit land! Eerst ontwricht je het totale treinverkeer en daarna word je nog gelauwerd ook! Maar ja’ besloot hij, ‘dat heb je met die privatiseringen hè. Vroeger had je nog staatsbedrijven en daar was niets mis mee. Onder het mom van ‘vrije marktwerking’ moest alles geforceerd geprivatiseerd worden. Vrije marktwerking Afke, is een kwestie van Vraag en Aanbod. Nu hebben we te lijden onder de Opgelegde Marktwerking. Het lijkt wel dictatuur.’

Afke zuchtte. Kon die man het nou nergens anders over hebben dan over de misstanden in dit land? Ze zaten hier nou toch heerlijk op het terrasje bij Anna Casparii? Het zonnetje scheen, Hendrik-Jan zat al aan zijn vierde pilsje en zij, Afke aan haar derde glaasje rosé – wat kon haar die Vrije Marktwerking schelen?

‘…en weet je hoeveel die nieuwe topman van de NS gaat verdienen Afke? 500.000 euro! Ik heb me al eens bedacht hoe de gemiddelde werkdag van zo een man er ongeveer uit moet zien.’ Hendrik-Jan ging er even goed voor zitten. ‘Luister je wel naar me Afke?’ Afke knikte ijverig en nam een flinke teug van haar rosé. Straks gauw een nieuw glaasje bestellen, Hendrik-Jan was wel heel erg breedsprakig vandaag.

‘Je moet het je ongeveer zo voorstellen Afke: zo een topman komt ’s ochtends binnen sloffen. Dan mompelt ‘ie iets dat klinkt als ‘mogge’ naar het personeel. Hij gaat achter zijn bureau zitten en duikt in zijn krantje. Belt en vraagt waar de koffie blijft. Gaat verder met zijn krantje. Belt om nog een kopje koffie. Leest weer verder in zijn krantje.’

‘Schiet even op Hendrik-Jan’ maande Afke haar man. ‘Moet het nu echt zo uitgebreid?’
‘Kalm Afke, ik wil het goed uitleggen zodat je begrijpt hoe het werkt’ gebaarde Hendrik-Jan.
‘Kijk: een jaar heeft om en nabij 200 werkdagen. Dan reken ik de vakantiedagen dus niet mee. Dat betekent dat zo een man 2.500 euro per dag verdient. 2.500 Euro per dag. Van ONS geld. Het is om je helemaal gek te lachen als het niet zo in- en intriest was.

Afke liet dit op zich inwerken. ZO had ze het nog nooit bekeken. Dat was misschien inderdaad een beetje overdreven ja. Of niet? In de verte hoorde ze het geluid van de boot die naar Terschelling vertrok. ‘Morgen gezellig naar Oerol!’ dacht Afke verheugd. Ze schudde haar hoofd en probeerde haar aandacht weer op Hendrik-Jan te richten die, was ze bang, nog lang niet klaar was met zijn verhaal.

‘Als je uitgaat van een 8-urige werkdag …’ Hendrik-Jan kon zijn zin niet afmaken.
‘Dat is niet waar’ interrumpeerde Afke hem. ‘Ze maken veel langere dagen hoor, dit zijn geen 9- tot 5-banen.’
‘Ik reken even niet al die gezellig doorbetaalde ‘functionele’ dinertjes mee Afke’, zuchtte Hendrik-Jan vermoeid en hij vervolgde: ‘dus als je uitgaat van een 8-urige werkdag komt het in de praktijk neer op 312,50 euro. Per uur Afke, per uur! De kassa al gaat rinkelen op het moment dat de man ’s ochtends door de chauffeur van huis gehaald wordt.’

Hendrik-Jan slikte duidelijk hoorbaar en keek somber voor zich uit. Afke zweeg en staarde naar het glinsterende water van de Noorderhaven. Toen de ober langsliep staken ze gelijktijdig hun hand op.
‘Mag ik een dubbele whisky van u?’ vroeg Hendrik-Jan.
Afke knikte instemmend en wierp een steelse blik op haar man. ‘Doet u mij maar hetzelfde eigenlijk. Ik ben daar wel even aan toe.’