deelnemer Schrijfwedstrijd 2015‘Mijn mooiste herinnering’ – dat is het thema van de schrijfwedstrijd van heelnederlandschrijft.nl

Voor deze wedstrijd telt ook de mening van het publiek en dat betekent dus dat als ik, zeg maar, zo’n 7 miljoen ‘likes’ krijg, ik misschien nog win ook. Hoe leuk is dat??!? (O God, denken jullie nu natuurlijk!! 😀 )

Hoe dan ook:  het verhaal kun je ook hier vinden:
Het flauwe grapje

———————————————————————————

Mijn Mooiste Herinnering

Het is stil in de kamer. Zó stil dat ik zelfs het horloge hoor tikken van de man tegenover me. ‘Begrijp je wat ik zeg?’ vraagt hij uiteindelijk. ‘Ik heb namelijk het gevoel dat ik niet tot je doordring.’
Ik zwijg.
‘Begrijp je wat ik zeg?’ vraagt hij weer. Hij kijkt me strak aan en ik zou hem wel willen slaan.
‘Waarom’ wil ik gillen, ‘wil je alles kapot maken waar ik van hou?’ maar dat doe ik niet. In plaats daarvan kijk ik weg, naar buiten.

De afgelopen dagen ging het zo goed. Ik voelde me steeds beter worden – sterker – en alles kwam terug. Mijn mooiste, vroegste herinneringen sprongen vanuit alle hoekjes en gaatjes in mijn hoofd omhoog en ik deed niets anders dan op zoek gaan naar nog meer aanknopingspunten. Ik herinnerde me mijn ouders, mijn broertje – ons heerlijke huis aan de rivier. En nu probeert deze… deze pummel die tegenover me zit alles kapot te maken.

‘Je leeft in een droomwereld’ zei hij zojuist. ‘Je hebt de afgelopen weken in een isoleercel gezeten en op de een of andere manier… ik weet het niet’.

Nu doet hij zijn bril af en veegt vermoeid over zijn ogen. ‘Je fantasie gaat met je aan de haal’ zucht hij en zet zijn bril weer op. ‘Er gebeuren dingen in dat hoofd van je die niet te begrijpen zijn’.

‘Wat voor dingen?’ vraag ik en hij legt me uit dat ik fantasiepersonen creëer. ‘Al die mensen waar je het over hebt – ze bestaan niet. Ze zijn niet echt’.

Het kán niet wat hij zegt. Mijn ouders, mijn broertje – ze lijken zo echt dat ik bijna moet kokhalzen van narigheid als ik me bedenk dat ze ‘fantasiepersonen’ zijn.

Hij kijkt me ernstig aan. ‘Het is allemaal een grapje van je eigen hoofd.’
‘Hoe kan dat?’ wil ik schreeuwen. ‘Hoe kan het dat ik zeker weet dat mijn vader…dat mijn moeder…’ Ik stok.
‘Een grapje van je eigen hoofd’ galmt het na in mijn oren en heel langzaam, beetje bij beetje, dringt tot me door wat hij bedoelt.

Ik schrik van de rauwe oerkreet die me ontsnapt. Dat de bewakers aan komen rennen en me afvoeren heb ik niet in de gaten. Dat ze me in een dwangbuis proppen en in een isoleercel smijten heb ik ook niet door. Het enige dat ik denk is: mijn mooiste herinnering blijkt niet te bestaan.