Lief dagboek,
Weet je nog dat ik vroeger altijd riep dat ik geen kinderen wilde hebben, never? Dat ik me ten stelligste voorgenomen had kinderloos te blijven en dansend en feestend door het leven te gaan?
Ik schaam me bijna als ik eraan terugdenk weet je dat? Dat ik oprecht dacht: ‘Ik wil NOOIT zo’n krijsend, kwijlend, aandachttrekkend mormel dat zich krampachtig aan mijn benen vastklampt of, erger nog, z’n met chocola besmeurde toet tegen m’n opgemaakte gezicht aandrukt’.

Het is allemaal waar dagboek: ik LIET mijn overvolle kar in de supermarkt staan als ik een overdaad aan krijsende kinderen ontwaarde. Gek trouwens, dat ik ze toen altijd hoorde krijsen. Nu hoor ik ze meestal (schater)lachen maar de kindjes van toen schenen alleen maar te gillen en het aantal decibellen dat uit die kleine keeltjes geperst werd zorgden bijkans voor een permanente gehoorbeschadiging.

Weet je nog dat ik mijn plekje in de trein – en wat reisde ik vroeger veel op en neer naar Parijs waar mijn toenmalige fiancee woonde! – op aanwezigheid van kinderen selecteerde? Kinderen in deze coupé? Hup, op naar de volgende.

Ik heb er zelfs over nagedacht om me op mijn 25ste te laten steriliseren maar mijn toenmalige huisarts vond het een bespottelijk idee. Nog steeds ben ik de man dankbaar.

Want zoals je weet heb ik een dochter gekregen – kun je je de tekst nog herinneren die ik op 21-10-1997 schreef? Niet? Laat me je geheugen even opfrissen – ik heb het dagboek van toen hier voor mijn neus liggen:

‘23.11 uur. Ze is er!!! Mijn kleine, prachtige prinsesje ligt nu naast me in bed en slaapt. Om 18.58 uur is ze geboren, bijna 7 pond en ben ik – ik moet nog wennen aan het idee! – moeder geworden. Moeder, ik! Ik zou eigenlijk moeten slapen maar ik kan het niet – ik ben veel te hyper en gelukkig’.

En weet je wat ik nu niet begrijp dagboek? Als ik aan dat moment denk, dan lijkt het alsof het gisteren was. Als ik aan dat baby’tje denk, aan dat peutertje en kleutertje – het was allemaal gisteren. Maar gisteren is door de tijd ingehaald en al die kleine mensjes die dat baby’tje ooit was zijn weg, bestaan slechts in onze herinnering, op foto’s en op film. Ik kan het werkelijk niet bevatten.

Het is nu nog vroeg in de ochtend dagboek, ik lig nog in bed. Ik werd zojuist uit mezelf wakker – geen wekker! – en keek naar de klok. ‘Zeven uur’ zag ik op het display en ik dacht: ‘Vandaag 19 jaar geleden om deze tijd ging ik naar het OLVG en beviel 12 uur later van dat kleine meisje’.

En ik concludeerde, lief dagboek, dat alles waar ik me vroeger zo tegen verzette me ten deel is gevallen: dat ‘huisje-boompje-beestjes-‘gedoe waar ik altijd schamper om lachte. Dat ‘s avonds-met-z’n-allen-gezellig-aan-tafel-‘gedoe waar ik minachtend tegenaan keek. Het een vond ik nog burgerlijker en kleiner dan het ander. De luxe jachten op de Middellandse Zee waarvan ik ooit zeker wist dat ik er een groot deel van mijn leven op zou slijten zijn me op de een of andere manier ontglipt, net zoals de roze champagne en kaviaar en ik dank God op mijn blote knieën daarvoor. Wat ik gekregen heb is vele malen mooier. Het enige dat ik soms jammer vind is dat ik het allemaal niet over kan doen. Dan had ik mijn idee over kinderen krijgen wel bijgesteld. Waarschijnlijk was het dan allemaal heel anders gelopen en had ik er wel 10 willen hebben. Minimaal.

————————————-

Dit verhaal is ook gepubliceerd op Hoe Vrouwen Denken