© Bron Pixabay - still-life-685238_1280

© Bron Pixabay – still-life-685238_1280

Op het onaangename blikkerige stemgeluid van de juf na was het die middag stil in de klas. De houten luiken stonden wagenwijd open en de plafondventilatoren zoemden zachtjes. Ondanks het feit dat ze op volle toeren draaiden was de hitte ondraaglijk.

Dat was altijd het geval in deze periode van het jaar – de grote droge tijd. In deze tijd steeg de temperatuur tot ongekende hoogten en een ieder verzuchtte constant hoe heet het was. De 34 meisjes in de klas probeerden hun aandacht bij de les te houden. 34 meisjes die in hun blauwe uniform luisterden naar de snerpende stem van de juf die voor de klas woest aan het schreeuwen was. Het meisje dat bij het raam zat keek naar buiten. Het schoolplein lag er stil en verlaten bij, op Jantje na. Jantje – zo noemden de meisjes hem. Hij was de zwakbegaafde zoon van de conciërge annex tuinman en ruimde vaak de propjes papier op die op het schoolplein achtergelaten werden. Het meisje volgde hem met glazige ogen.

Jantje prikte lusteloos in een prop papier. Op zijn hoofd had hij een grote strooien hoed en zijn gezicht glom van het zweet. Arme jongen. De zon stond bijna op z’n hoogst – het was beslist geen pretje om nu buiten te lopen. Het meisje zuchtte en keek op haar horloge. ‘Nog even volhouden’ dacht ze. ‘Dan zit het er weer op’. Eerst moesten ze nog bidden. Daarna moesten ze naar het schoolplein om de vlag te strijken en het volkslied uit volle borst te zingen maar dan was het echt afgelopen. ‘Als er maar geen militairen op het plein staan om te controleren of we écht zingen’, dacht het meisje. Ze vond het zo vervelend als die mannen met hun geweren erbij waren. Sinds de revolutie waren ze verplicht elke dag de vlag te hijsen en te strijken en vooral dat strijkgedeelte was wel eens zwaar in de hitte.

Het meisje was zo in gedachten verzonken dat ze niet doorhad dat de lerares haar naam riep. Ze werd pas wakker toen de bordenwisser haar slaap raakte.
‘Ik PRAAT tegen je!’ krijste de juf. Aan haar uitpuilende ogen te zien was ze duidelijk hysterisch. Het meisje schrok wakker en zuchtte zachtjes. Ze twijfelde regelmatig aan de goede intenties van haar juffen. Bij de meesten had ze het gevoel dat ze te maken had met een groep sadistische psychopaten.
Het meisje wreef tegen haar slaap. De bordenwisser was duidelijk met volle kracht gegooid. Ze keek de juf met opstandige ogen aan en de juf staarde terug met ogen die vuur sproeiden. ‘Voor de klas komen!’ gilde ze. ‘Het Toemoek Hoemak-gebergte– je gaat me er ALLES over vertellen. O wee je gebeente als je iets vergeet!’
Kalm liep het meisje naar voren en begon te vertellen. Ze hakkelde niet. Snuivend hoorde de juf haar aan.

Toen de bel ging stond ze er nog. Ze keek de juf vragend aan – ze wist niet zeker of ze terug mocht naar haar plek. De juf haalde woest haar schouders op en pakte haar boeken bij elkaar. Het meisje liep terug naar haar lessenaar. Er ging een zucht van verlichting door de klas. Toen ze begonnen te bidden voelde het meisje zeer weinig liefde voor de juf.