Enige tijd geleden had ik al een, al zeg ik het zelf, buitengewoon ontroerend sprookje geschreven en was van plan dat vaker te doen. De wereld van magie is wel aan mij besteed. Toch is het schrijven van zo af en toe een sprookje er wat bij ingeschoten op de een of andere manier. Dat is een beetje jammer. Daarom vandaag weer een verhaaltje dat zich afspeelt in een land, heel ver hier vandaan.
Dat land heet: Het Land van Ui.

Het Land van Ui
Er was eens een land, heel ver hier vandaan. In dat land stroomden bij de burgers de tranen bijna permanent over de wangen. Hoe het land echt heette wist bijna niemand meer, maar vanwege de tranen noemden de mensen het land daarom maar: Het Land van Ui.
Het was een beetje rare bedoening in het Land van Ui. In dat land bijvoorbeeld, riepen de politici en bankiers uit pure wanhoop dat de economie aantrok. ‘Natuurlijk is het niet waar,’ zeiden ze onderling tegen elkaar, ‘maar het gaat om de kracht van de psychologie. Als we het nou maar vaak en hard genoeg roepen dan gelooft het volk het wel.’

Ook in andere zaken lagen de verhoudingen soms wat raar, in dat Land van Ui. Zo kon het voorkomen dat je iemand doodschopte of doodreed zonder daar een echt noemenswaardige straf voor te krijgen. Op de Belastingdienst belazeren stond echter een straf die in geen enkele verhouding stond en kon soms oplopen tot levenslang.

In het Land van Ui verloren veel mensen hun banen en ging het alsmaar slechter met de werkgelegenheid. Wekelijks werden tientallen, honderden gezinnen dakloos omdat ze hun hypotheek niet meer konden betalen. Aan de grenzen van het Land van Ui stonden echter tevens duizenden, tienduizenden, nee, honderdduizenden Roemenen en Bulgaren trappelend van ongeduld te wachten tot ze doorgelaten werden. Dit was wat apart, omdat er in dat Land van Ui al meer dan één miljoen mensen onder de armoedegrens leefden. Deze Roemenen en Bulgaren werden met open armen ontvangen en de compleet ingerichte huizen stonden hen schoon en fris op te wachten.

In het Land van Ui opereerden grote groepen Oost-Europese criminele bendes en de politie liet hen nagenoeg ongemoeid. ‘Dit zijn gewoon wat incidentjes’ volgens de politie.

In het Land van Ui werden banken bestuurd door advertentieverkopers met een vlotte babbel. Veel van deze bankiers sjoemelden met rentes en ontliepen hun straf. Het sjoemelen en graaien in het bankwezen was ondertussen een ingeburgerd iets en zou nooit meer uit het systeem verdwijnen. In het Land van Ui kreeg je echter wel een forse boete als je 5km per uur te hard reed.

In het Land van Ui werden bejaarden aan hun lot overgelaten behalve als ze maandelijks enkele duizenden euro’s konden ophoesten. In dat geval hadden ze geluk én het recht op een menswaardig bestaan.

In het Land van Ui knielden politici met Bijbelse devotie neer voor het Lam Gods. De naam van Jezus was nu echter veranderd in een nog grotere en machtigere naam die met ontzag uitgesproken diende te worden: Brussel.

In het Land van Ui waren er geen juweliers meer. Hun zaken werden permanent overvallen en niemand die er wat tegen deed. De politiek niet, de politie niet. Het was onbegonnen werk.

Ja, het was een mooi land, dat Land van Ui. Waarom bijna een ieder in dat land dan ook de hele tijd moest huilen was een raadsel.

—————-

Terwijl ik dit zit te tikken kan ik niet stoppen met huilen, ZO mooi vind ik ook weer dit sprookje. Jammer dat het maar een sprookje is. Anders zou ik er direct heengaan, naar dat Land van Ui.