´Ik heb een vraag´, zei de vrouw uitgelaten tegen haar man toen ze hand in hand bij Wally’s naar binnenwipten. ´De vraag is: is er in de afgelopen twaalf jaar dat wij samen zijn iemand geweest waarvan je hebt gedacht: nou, met deze vrouw had ik wel een relatie willen hebben? Als het allemaal anders gegaan was, zou ik werk van haar gemaakt hebben?´

Ze zweeg even toen de ober hun bestelling op kwam nemen. ´Ik wil wel een latte macchiato´ glimlachte ze. ´En eigenlijk ook wel een stokbroodje Zoutsloot.´ De man hield het simpel en bestelde een biertje.
Toen de ober wegliep vestigde ze haar aandacht weer op de man. Die zei niets. Met een rimpel in zijn voorhoofd tuurde hij naar buiten en was met zijn gedachten opeens heel ver weg.

´Dus?´ glimlachte ze. ´Heb je in de afgelopen twaalf jaar iemand ontmoet die diepe indruk op je heeft gemaakt? Iemand waar je wel een rela…´
´Ja ja´, zei de man. ´Ik heb je gehoord.´ Hij dacht lang na, de man. Té lang.
´Zo eerlijk hoeft het nou ook weer niet hoor´, snauwde de vrouw.
De vrolijke stemming waarin het echtpaar verkeerde was op de een of andere wonderlijke manier verdwenen.
´Laat maar zitten´, zei de vrouw na enkele seconden. De dromerige blik van de man beviel haar niet. ´Ik hoef het al niet meer te weten.´
De man keek de vrouw afwezig aan. ´Het is ook niet interessant´, zei hij toen. ´De kern van de zaak is dat wij nu samen hier zitten en gelukkig zijn. Toch?´

Hij pakte de hand van de vrouw en drukte er liefdevol een kus op. Het hielp niet. De stemming was gedaald tot ver onder het vriespunt en de vrouw keek grimmig.
De man zuchtte. ´Je stelde een vraag en nu word ik gestraft omdat ik even twijfelde en nadacht. Dat is toch idioot?´
De vrouw zei niets en trok, als door een wesp gestoken, haar hand terug.
´En jij dan´, zei hij, verkrampt glimlachend in een schamele poging de sfeer van 10 minuten geleden weer terug te halen. ´Heb jij de afgelopen 12 jaar wel eens iemand ontmoet waarvan je dacht: nou, daar zou ik wel eens een beschuitje mee willen eten?´
´Ja´, knikte de vrouw terwijl ze uitnodigend glimlachte naar de knappe man die net binnenliep. Ze leek ineens op te leven. ´Nou en of. Sterker nog: ik heb dat niet éénmaal gedacht. Ik heb dat, geloof me, wel tientallen malen gedacht.´

Ze keek weer naar de man en wierp hem een vernietigende blik toe. De man zweeg. Je kon aan hem zien dat hij zich geen raad wist met de situatie. Toen ze Wally’s even later verlieten was dat in een grote, ijzige stilte.