‘Wat denk je lieve: zal ik een lekker eitje koken voor je?’ vroeg Afke op een regenachtige ochtend aan Hendrik-Jan Doordouwer.
Hendrik-Jan schudde verwoed zijn hoofd. ‘Natuurlijk niet’, gromde hij en wees naar de kop van de Harlinger Courant die op de eettafel lag. ‘Je hebt toch ook gelezen dat die eieren momenteel zwaar vergiftigd zijn?’

Afke keek hem blijmoedig aan en glimlachte even. ‘Dat zal toch wel meevallen lieve? Ze zullen ons toch heus niet moedwillig giftige troep laten eten?’
Hendrik-Jan zuchtte diep. ‘Afke, ik weet dat je het de laatste tijd druk hebt. Veel met Mariëlle op terrasjes zitten en zo. Dat begrijp ik allemaal wel. Maar wil je alsjeblieft ook een beetje opletten op wat er in de wereld en in Harlingen gebeurt?’
Afke keek op. Klonk daar nou een snik in zijn stem? Ze schrok ervan en bekeek hem bezorgd.
‘Maar lieve’, fluisterde ze, ‘wind je toch niet zo op. Het gaat om een doodgewoon eitje. Een eitje… Daar kun je toch echt niet…’
‘Dit is geen doodgewoon eitje Afke’, bulderde Hendrik-Jan opeens en zijn gezicht liep rood aan. ‘Dit is een ei vol dioxine. En weet je wat dioxine is en waar dat vandaan komt?’

Hierop moest Afke hem het antwoord schuldig blijven. Met grote ogen keek ze Hendrik-Jan afwachtend aan.
‘Dioxine komt uit verbrandingsovens Afke’ ging Hendrik-Jan onverdroten voort en hij was zich duidelijk aan het opwinden. ‘Dioxine is een product dat uit onder andere verbrand plastic voortkomt. Alles wat ze daar bij die Omrin verbranden daalt regelrecht hier in Harlingen neer en krijgen wij op ons bord. En dioxine Afke, is levensgevaarlijk.’

Afkes verre, glazige blik vertelde hem genoeg. ‘Luister’ begon hij. ‘Het is heel simpel. We hebben hier een Omrin door de strot geduwd gekregen op basis van oneigenlijke argumenten. Als die schoorsteen nou maar hoger was geweest dan hadden we deze ellende allemaal niet gehad, maar de schoorsteen mócht niet hoger. Dat paste niet in het bestemmingsplan hè’ zei hij wat smalend.
‘Ja, maar hoe kan het dan dat de Omrin dan een vergunning heeft gekregen? wou Afke weten. Ze begreep er werkelijk niets van.

Hendrik-Jan haalde diep adem.
‘Kijk Afke: binnen het bestemmingsplan van het industriegebied mocht géén hoge schoorsteen gebouwd worden. Om tóch een vergunning voor de bouw van de afvalcentrale te krijgen heeft Omrin ons toen een lage schoorsteen aangesmeerd terwijl er eigenlijk een veel hogere schoorsteen nodig was om de rookgassen boven een breder gebied te verspreiden. Dan waren al die concentraties afvalstoffen minder geworden. Begrijp je dit een beetje?’

Afke deed zichtbaar haar best deze informatie te verwerken. ‘Dus we zijn er gewoon ingetuind bedoel je?’ vroeg ze.
‘Precies, precies’ knikte Hendrik-Jan en pakte zijn krantje weer op. ‘Precies Afke, dat heb je goed gezien.’

Afke stond op en liep richting keuken. Ze vond het een beetje ingewikkeld allemaal. ‘Als die schoorsteen nou maar een flink stuk hoger was, dan was er niets aan de hand’ had Hendrik-Jan gezegd. Ze had het idee dat Hendrik-Jan weer wat aan het overdrijven was, zoals hij wel vaker deed.

In het voorbijgaan aaide ze even over zijn hoofd. ‘Zal ik dan maar een eitje voor je bakken in plaats van koken?’ vroeg ze. ‘Misschien heb je daar meer zin in.’
Hendrik-Jan zuchtte diep en ritselde met zijn krant. Het zou een lange, lange dag worden, dat wist hij nu al.

———————————–

Hendrik-Jan Doordouwer verschijnt om de week in de Harlinger Courant. (In dit geval was dit, in het kader van de dioxine-ellende, een extra stukje). Hij moppert heel wat af maar gelukkig is daar Afke die hem altijd wel weer uit de put weet te trekken. Hoewel…..