Het was een zonnige lentemiddag toen Hendrik-Jan Doordouwer en Jan-Willem op de Voorstraat aan een tafeltje zaten in ‘Aan de Overkant’.
’Ik wil graag een pilsje’ verzocht Jan-Willem aan Rody, de nieuwe eigenaar en Hendrik-Jan knikte. ‘Doe mij er eigenlijk ook maar een.’

Nadat hun pilsjes neergezet waren en ze nog even een praatje met de eigenaar gemaakt hadden vervolgden ze hun gesprek. Hendrik-Jan was juist gebleven bij zijn theorie over ‘Het Belastingparadijs’. ‘Nederland is een Belastingparadijs geworden voor de Staat’, had hij gezegd. ‘Over ons salaris bijvoorbeeld betalen we 40% belasting. Als we benzine gaan tanken betalen we daarover weer 60% belasting. Daarnaast, in het kader van ‘hoe pesten we de burger optimaal’, hebben ze bedacht dat we over de (noodzakelijke) verzekeringen ook nog eens 21% assurantiebelasting mogen betalen. Nog even en dan moeten we over onze ziektekostenverzekering ook belasting betalen, let maar op. Ze zijn knettergek in dit land’.

Hendrik-Jan streek nadenkend langs zijn markante kaak en keek naar buiten. ‘En al die mensen die ontslagen worden en als vrijwilligers hun eigen werk weer mogen gaan doen – het is de wereld op zijn kop. Mijn hemel, wat zijn we diep gezonken’.
Jan-Willem knikte. ‘Het is treurig allemaal ja’ beaamde hij. ‘Het is in- en intriest’.

Vele uren later slenterde Hendrik-Jan over de Noorderhaven naar huis. Hij slingerde een beetje. Afke keek op toen hij binnenkwam. ‘Dag lieve!’ glimlachte ze. Ze aaide over zijn wang. ‘Heb je je niet geschoren vandaag?’ Hendrik-Jan streek over zijn kin en schudde zijn hoofd. ‘Geen zin’.

Afke dook weer in haar stoel bij het raam en pakte de Harlinger Courant op. Hendrik-Jan zuchtte. Hij was niet erg in zijn element vandaag. Afke had die ochtend voorgesteld tante Ali in huis te nemen. ‘Ze kan geen kant op lieve’, had ze gezegd. ‘Ze is hulpbehoevend en haar verpleegtehuis gaat sluiten.’

Hendrik-Jan had geknikt. Natuurlijk kon ze in huis komen, de oude dame. Maar het was vreselijk hoe dit kabinet met de oudjes omging. ‘Ze dwingen ze eigenlijk tot zelfmoord’ had Jan-Willem die middag gezegd. ‘Let maar op: binnenkort valt de Pil van Drion bij een ieder van boven de 70 op de deurmat. Dat komt dit kabinet enorm goed uit’.

Hij tuurde naar buiten. Tante Ali in huis… het zou wel wat veranderen in hun leven. ‘Ik weet niet of dat wel zo’n goed idee is Afke’ had Hendrik-Jan gezegd maar hij begreep ook wel dat het mensje niet aan haar lot overgelaten kon worden.

Hij keek op toen Afke een kreet slaakte. ‘Wat is er?’ informeerde hij. Afke reikte Hendrik-Jan de Harlinger Courant aan. ‘De Tobbedenker houdt ermee op! Wat is dit jammer. Ik genoot altijd zo van zijn stukjes!’ Haar ogen waren groot van ontzetting.

Hendrik-Jan slikte. Ook dat nog. Tante Ali in huis en De Tobbedenker die ermee ophield. Het werd hem allemaal even teveel. Hendrik-Jan zei niets en staarde met holle ogen voor zich uit. Opeens voelde hij een onbedwingbare behoefte opkomen naar nog een pilsje.