Toen Hendrik-Jan die middag de deur uitging was hij in een opperbest humeur. Het zonnetje scheen, de lucht was blauw en de aanwezigheid van tante Ali viel hem 100% mee. Natuurlijk was het wel eens vermoeiend om zo ’s ochtends vroeg aan de ontbijttafel naar het getetter van tante Ali te luisteren maar sinds Hendrik-Jan op meditatie was gegaan leerde hij beetje bij beetje zich hiervoor af te sluiten.

Dat hij op meditatie was gegaan betekende overigens niet dat hij zich nergens meer over opwond. O nee, beslist niet! Hij had die ochtend nog een brief aan dhr. Zalm geschreven en de strekking ervan luidde ongeveer zo:

‘Geachte heer Zalm,
De afgelopen week werd bekend gemaakt dat de bankiers een loonsverhoging krijgen van 20%. Er werd direct ach en wee geroepen. Sommigen noemden het een schande. Ik ben het daar niet mee eens. Ik noem het een gotspe. Een gotspe in het kwadraat.
Ik heb me vaak afgevraagd waarom de politiek niets doet en het enige dat ik kan bedenken is het volgende: aangezien banken dienen als afvoerputje voor uitgerangeerde politici zou de politiek wel gek zijn om hun toekomstige hoge beloningen in gevaar te brengen. (Hetzelfde geldt trouwens voor de gênante wachtgeldregeling – ook hier had allang ingegrepen moeten worden maar nee. Het is mij allang duidelijk: de politici zorgen uitermate goed voor hun eigen kostje). Het verband tussen goede prestaties en hoge beloning is nog nooit aangetoond meneer Zalm, en…’

Hier was Hendrik-Jan gestopt. Hij voelde hoe zijn bloeddruk de lucht inschoot en bedacht dat hij dringend behoefte had aan wat frisse lucht.

Nu liep Hendrik-Jan dan over de Voorstraat, richting Brouwersstraat. Hij had zin in een verse haring en nadat hij een overheerlijke haring weggewerkt had bij de visboer die bij de Jumbo stond besloot hij via de Spoorstraat naar huis te lopen. Bij de uitgang van de Jumbo hielp hij nog iemand de weg op te komen. ‘Ik zie niets’, klaagde de mevrouw achter het stuur. ‘Kunnen ze hier bij Jumbo niet iets aan dat bord doen? Je komt de weg haast niet op!’ Hendrik-Jan kende het euvel – Afke klaagde daar ook regelmatig over.

Hendrik-Jan zat net lekker in z’n tuintje met de Harlinger Courant binnen handbereik toen hij het hekje hoorde piepen. In plaats van het gebruikelijke gebabbel en gelach was het nu verdacht stil. Toen de dames zich bij hem voegden in het tuintje zag hij dat ze beiden bijzonder bleek zagen.

‘Wat scheelt eraan meisjes?’, informeerde Hendrik-Jan.
Afke slikte. ‘Tante Ali en ik reden net weg bij de Jumbo en je weet wel hè, dat het zo lastig wegkomen daar is met dat bord en die bomen en zo?’ Hierbij keek ze Hendrik-Jan vragend aan.
‘Ga door’, moedigde Hendrik-Jan Afke aan terwijl hij beetje bij beetje bevroor. ‘Mijn nieuwe auto!’ dacht hij maar hij probeerde kalm te blijven.
‘Tijdens het wegrijden ging het mis’, fluisterde Afke. ‘Ik deed het niet expres maar… waar ga je heen?’

Handenwringend liep Hendrik-Jan om de auto heen die voor de deur stond. De rechtervoorkant lag totaal in de kreukels. Hoe Afke dit voor elkaar had gekregen was hem een raadsel. Deze grap zou flink in de papieren lopen. Hendrik-Jan kreunde. Hij zou de rest van de nacht moeten mediteren om tot rust te komen.