Omdat ik eigenlijk naar bed wil ga ik niet meer schrijven wat ik van plan was. Dat bewaar ik dus voor een volgende keer. Ik was van plan te gaan schrijven over… Ja, dat schiet niet op zo natuurlijk.

Daarom vandaag alleen maar de column van De Doordouwers van de vorige week. Ik was helemaal vergeten deze op m’n blog te plaatsen en dat vind ik erg sneu voor Hendrik-Jan en Afke Doordouwer 😀

Komt ‘ie:
—————–

Grien Pies

‘Kijk, dit vind ik nou een leuk stukje’, zei Hendrik-Jan Doordouwer terwijl hij de Harlinger Courant voor zijn bezoekers de lucht inhield. ‘Ik heb het over de column van De Tobbedenker. Ik ben het helemaal met hem eens. Dat is een man naar mijn hart.’
Hendrik-Jan las het stukje hardop voor. Het ging over het feit dat Greenpeace niets in Rusland te zoeken had.
‘Ze hebben daar toch ook niets te zoeken?’ gromde Hendrik-Jan. ‘Ze denken maar dat ze kunnen doen en laten wat ze willen. Met die Russen valt nou eenmaal niet te spotten.’
‘Is Grien Pies niet van dat goede doel?’ vroeg Trijntje, Afkes jongere zusje. Ze was samen met haar man Karel een avond op bezoek en dit soort familiebezoekjes waren een kwelling voor Hendrik-Jan.
‘Zo vaak komen ze niet dus doe jij nu maar gezellig’ had Afke hem die ochtend vriendelijk verzocht. ‘Bovendien: je hebt niets te mopperen. Ik ga boerenkoolstamppot maken en daar doe ik die heerlijke rookworst van Zijlstra in.’

Hendrik-Jan had zich direct een stuk beter gevoeld bij dit vooruitzicht en hij had, eerlijk is eerlijk, gesmuld. Nu keek hij Trijntje aan en deed manhaftige pogingen niet scherp uit de hoek te komen.
‘Greenpeace Trijntje, Greenpeace. Probeer het in hemelsnaam goed uit te spreken.’ Afkes dreigende blik legde hem verder het zwijgen op.

Toen ze enkele uren later het bezoek uitzwaaiden was Hendrik-Jan opgelucht. ‘Zo, dat was gezellig he lieve?’ zei Afke terwijl ze de kussens van de bank wat opschudde.
Hendrik-Jan knikte. Hij was in een opperbeste bui, blij dat het er weer opzat. ‘Zeker Afke, nou en of.’
Afke bekeek hem wantrouwig. ‘Ik ga naar bed, kom je ook?’
‘Straks’ weerde Hendrik-Jan af. ‘Ik moet nog even wat doen.’

Toen Afke naar boven was klapte Hendrik-Jan zijn laptop open. Hij voelde de onbedwingbare behoefte zijn gedachten wat op papier te zetten. Er zat hem iets dwars, het moest eruit. Hij nam een stevige slok van zijn whisky en begon ijverig te typen:

‘Beste meneer in Brussel

Ik geef het op. Ik geef me gewonnen. Ik heb ingezien dat ik deze strijd nooit zal winnen. U wilt mijn geld? Prima. Geef mij uw rekeningnummer. Ik zal voortaan linea recta mijn salaris op uw rekening overmaken teneinde andermans schulden te betalen.
Ik heb de situatie zoals hij nu is niet gewild maar het moest. Wat zijn we bang gemaakt toen we nog een vrij en onafhankelijk land waren! ‘Het licht zou uitgaan’ als we u niet in onze armen zouden sluiten. Als we ons niet zouden onderwerpen aan uw eisen en grillen. Het zou ZO donker worden in Nederland dat wij, het simpele volk, ons als mollen voort zouden gaan bewegen, kruipend en kronkelend in een door ons zelf aangelegde poel van narigheid. Al met al kan ik stellen dat u het leven op heeft gezogen uit Nederland, uit de Nederlandse economie en de 175 miljoen euro die we nu weer extra aan u mogen schenken geven de schrijnende verhoudin…’

‘Je komt nu naar bed Hendrik-Jan’ hoorde hij Afkes stem opeens van ver. Hendrik-Jan realiseerde zich dat hij boven de laptop in slaap was gevallen.
Gewillig liet hij zich door Afke meevoeren en kroop dicht tegen haar aan. Hij hoorde de wind om het huisje heen bulderen en de regen kletterde met fors geweld tegen de dakpannen.
‘Wat is Afke lekker warm’ dacht Hendrik-Jan en hij sloeg een arm om haar heen. Opeens voelde hij zich een tevreden man. Zachtjes trok hij zijn dekbed omhoog en slaakte een diepe zucht. Toen viel hij in een diepe, droomloze slaap.

—————–

Hendrik-Jan ging naar bed als een tevreden man. Eindelijk. Dat ga ik nu ook doen. Naar bed. Maar dan als een tevreden vrouw. Welterusten!

—————

Hendrik-Jan Doordouwer verschijnt om de week in de Harlinger Courant. Hij moppert heel wat af maar gelukkig is daar Afke die hem altijd wel weer uit de put weet te trekken. Hoewel…..