Café Het Noorderke deed goede zaken die dag  – het terras was afgeladen. Dat was geen wonder, want het was een prachtige lenteavond, zo een waarbij verliefde jonge mensen hand in hand over de pier liepen en elkaar eeuwige trouw beloofden. In een hoekje op het terras, achter het glazen scherm, zat een stelletje onopvallend te genieten van het zwoele weer.

Heel lang zeiden ze niets tegen elkaar. Hij was druk bezig met zijn mobieltje en zij keek wat om zich heen. Uiteindelijk verbrak ze de stilte.

‘Zullen we weer eens naar de film gaan?’ vroeg ze. Ze nipte van haar glaasje witte wijn en draaide een lok van haar lange blonde haar rond haar vinger.
‘Het is alweer een tijdje geleden dat we iets leuks deden.’ Het laatste klonk enigszins beschuldigend.

‘Ja, gezellig’, antwoordde hij en keek afwezig op van zijn telefoon. Hij was een knappe man. Een jaar of 50, zongebruind, lang en slank,  veel grijs aan de slapen. Zij was trouwens ook niet lelijk – blond en een weelderig figuurtje. Haar stevige boezem bood uitzicht op een diep decolleté terwijl ze voorover boog en haar wijnglas neerzette op de brede betonnen rand die als tafel diende.
‘Heb je nog een voorkeur voor een bepaalde film?’ vroeg ze.
Hij klapte zijn mobieltje dicht en nam een handjevol pinda’s. ‘Nou, ik las laatst iets over de nieuwe 3D-film: Pompeï. Lijkt wel interessant. Is dat niet wat?’
‘Hóe heet die film???’
‘Pompeï.’
‘Waar gaat dat in Hemelsnaam over?’
‘Nou ja: over Pompeï natuurlijk.’
‘Ja, maar…’ De blonde vrouw leek oprecht verbaasd.
‘Maar wat?’
‘Ik snap het niet.’
‘Hoe bedoel je, je snapt het niet?’
‘Waar die film over gaat.’
‘Die film gaat over Pompeï. Maar dan in 3D. Schijnt beslist indrukwekkend te zijn.’
‘Maar wat is pomme-pee-jie dan?’

Een diepte stilte daalde neer.
Die duurde enkele seconden. Toen hervond de man zijn stem.
‘Weet je niet wat Pompeï is?’ De verbijstering spatte uit zijn ogen.
‘Nee!’ Ze keek verwonderd. ‘Pomme-pee… Is het een appel?’
Hij zuchtte diep. ‘Laten we het daar maar op houden ja. Pompeï is een appel.’ Het klonk cynisch.
‘Een appel?’
‘Ja, en daar hebben ze een film over gemaakt.’
‘Over die appel?’
‘Ja.’
‘Aaahhh… Nu snap ik het! Pomme Pays dus!’
‘Ja,  precies. Pomme Payes.’ Het cynisme was uit zijn stem verdwenen, had plaatsgemaakt voor gelatenheid.
‘Grappig.’
‘Wat is grappig?’
‘Ik heb ook nog nooit van die appel gehoord.’

De man nam nog een slokje van zijn whisky en tuurde over de Noorderhaven. De bootjes wiegden zachtjes heen en weer op het water. Boven hun hoofden zweefden een paar krijsende meeuwen en hij zag hier en daar zelfs een enkele zwaluw. Een zacht lentebriesje stak de kop op. Hij huiverde. Opeens zag hij er jaren ouder uit.