Bron: Wikimedia Commons

Wat kan ik zeggen over vandaag? Niet zo bar veel eigenlijk. Eerst was ik van plan een dagje naar Terschelling te gaan maar het weer was uiteindelijk toch minder mooi dan gisteren en het waaide nogal.

Daar heb ik me op verkeken toen ik Amsterdam inruilde voor Friesland: de wind. Het waait hier altijd. En het is vaak aanmerkelijk koeler dan in het zuiden. Gisteren heb ik, telkens weer, knarsetandend op de radio aan moeten horen dat het ‘in het waddengebied 15 graden was en in Limburg 25.’

‘Had de makelaar DAT niet kunnen vertellen?’ zuchtte ik tegen manlief toen hij me met een verwilderde blik naar buiten zag turen.
‘Wat?’ vroeg hij, een beetje op zijn hoede.
‘Dat het hier altijd waait!’ Ik slikte een snik in. ‘De makelaar had het maar over de mooie tuin en de geweldige ventilatie in de badkamer en de stalen spanten (stalen spanten: ik had er nog NOOIT van gehoord) maar eigenlijk had de man moeten zeggen: ‘het waait hier ALTIJD’.’
Manlief ritselde alleen maar even met zijn krant en ik ging met mijn windjack aan in de tuin zitten.
Grapje. Ik overdrijf nu een heel klein beetje en bovendien: ik heb niet eens een windjack.
Wind of geen wind: een volgende keer ga ik gewoonMaar goed, al met al ging Terschelling vandaag dus niet door want het waait vandaag veel harder dan gisteren en in plaats van Terschelling besloot ik dan maar naar de dokter te gaan. Dat moet ook eens in de zoveel tijd gebeuren (ja, kom op zeg, ik moet toch weten hoe het met me gaat?? 😉 en ik heb al een maand of wat behoorlijk veel last van mijn nek.

‘Zit je veel achter de computer?’ was een van de eerste dingen die mijn huisarts vroeg. In deze vraag had ik eigenlijk niet zoveel zin want ik wil niet dat mijn nekklachten gerelateerd worden aan mijn computergebruik.
‘Hmmmmm, valt wel mee’ schudde ik mijn hoofd. Ik betrapte mezelf erop dat ik zijn blik ontweek.
Hij liet zich niet van zijn stuk brengen. ‘Elke dag wel een paar uur?’ vroeg hij door.
‘Man, je moest eens weten’ dacht ik. Ik zit wel 10 uur per dag achter dat ding en soms nog veel langer. Niet alleen om stukjes te schrijven natuurlijk, maar ook voor mijn werk. Maar dat zei ik niet.
‘Ja, ik zit er wel elke dag achter’ mompelde ik.
‘Nee, je hebt geen nekhernia’ concludeerde mijn huisarts al vlug.
‘Maar het heeft hoogstwaarschijnlijk echt te maken met de houding waarin je achter de pc zit.’ Monter: ‘daar moet je iets in veranderen. En elke 2 uur rekken en strekken.’
Om een lang verhaal kort te maken: mijn huisarts zei allemaal dingen die ik liever niet had willen horen. Ik had willen horen dat het vanzelf over ging. Dat iedereen op dit moment nekklachten had, dat het een soort virusje was. Ik had willen horen dat het ab-so-luut niets met mijn houding en computergebruik te maken had.

Minder achter de pc zitten is voor mij geen optie. Méér zou nog wel lukken maar minder? No way.
‘Ik ga ervan uit dat het over gaat’ besloot hij troostend. ‘En fysiotherapie. Dat lijkt me in jouw geval wel handig.’ Ik ging steeds somberder kijken.
En nu zit ik weer achter de computer. Kaarsrecht, alsof ik een stok in mijn rug heb. ‘Recht zitten’ roep ik de hele tijd tegen mezelf. M’n beeldscherm heb ik een flink stuk hoger gezet (ik moet toegeven: het kijkt wel lekkerder zo) maar toch, op de een of andere manier heb ik het gevoel dat ik er vrij onnatuurlijk bijzit. ‘Dit is een weldaad voor je nek’ troost ik mezelf als ik NOG rechter ga zitten. ‘Je wil toch van die nekklachten af? Nou dan!’

Hoe ik aan die nekklachten gekomen ben weet ik deep down zelf eigenlijk ook wel en hoe ik eraf kom is me nu ook wel duidelijk. Eén ding is zeker: een volgende keer ga ik gewoon naar Terschelling.

  Vind dit leuk!