column72‘Och och och’, zei Afke terwijl ze de pagina van de Harlinger Courant opensloeg. Even was ze stil. Toen murmelde ze: ‘Tjonge jonge. Wat erg. Wat verschrikkelijk’. Ze las nog even verder en eindigde met: ‘Tssss. Wat schandalig.’

Al die tijd had Hendrik-Jan de geluidjes aangehoord zonder iets te vragen maar nu werd het hem te veel. ‘Ja, zeg nou maar wat er is maar hou in godsnaam op met die geluiden. Dit is echt irritant aan het worden.’

Afke wees op de opengeslagen pagina. ‘Hier, dit artikel. Over dat dode schaap dat bijna een week op de zeedijk lag. Bijna een wéék. Omdat niemand, maar dan ook niemand, zich geroepen voelde het dier op te ruimen. Het is toch verschrikkelijk? Iedereen wees naar elkaar en trok zijn handen ervan af.’

Hendrik-Jan haalde zijn schouders op. ‘Er moest toch zonodig geprivatiseerd worden? Dan krijg je dit. Vroeger waren dit werkzaamheden die de gemeentereinigingsdienst uitvoerde. Maar die taken zijn allemaal afgestoten c.q. geprivatiseerd. Nu zijn er destructiebedrijven die een dood dier op komen halen en mag je flink in je buidel tasten. Een dood schaap zal niet goedkoop zijn terwijl de reinigingsdienst dit vroeger gewoon ophaalde. Lang leve de privatisering. Lang leve de Vrije Marktwerking die al onze problemen zou oplossen. Althans: volgens sommige van die verlichte politici. De Heldere Geesten die wel wisten wat goed voor het volk was. Nou, we hebben het gezien.’
Hendrik-Jan staarde knarsetandend naar buiten. Het was mooi weer maar die wind – het was abnormaal. Hoe zat het eigenlijk met die beloofde opwarming? Het kon hem wat dat betreft niet snel genoeg gaan.

‘Wat gaan we vandaag doen jongens?’ hoorde hij tante Ali vragen, die de trap af kwam. ‘Hebben we nog leuke plannetjes?’
Hendrik-Jan zuchtte. Tante Ali liet zich het liefst de hele dag door rondrijden van dorp naar dorp om overal kopjes koffie te drinken.
‘Zou er geen plek voor haar zijn in Harlinga?’ had Hendrik-Jan al eens gevraagd aan Afke maar die had hem met grote, verschrikte ogen aangekeken. ‘Hoe kom je erbij Hendrik-Jan? Het is toch veel te gezellig zo? Bovendien, als ze ooit gaat verhuizen dan wil tante Ali een…’
‘Ja ja, ik weet wat ze wil’, had Hendrik-Jan gebromd. ‘Dat is me ondertussen bekend.’
Tante Ali zocht een leuk huurappartement maar zoiets was nog niet zo gemakkelijk te vinden in Harlingen. Tot die tijd bleef ze gezellig bij Hendrik-Jan en Afke wonen.

‘Nou?’ herhaalde tante Ali. ‘Het weer ziet er mooi uit, een leuk ritje zal ons goed doen’. Hendrik-Jan wierp een wanhopige blik op Afke die haar handtas pakte. ‘We gaan er samen even op uit tante Ali. Hendrik-Jan is vandaag niet zo in de stemming geloof ik.’ Ze wierp Hendrik-Jan een vernietigende blik toe en siste hem in het voorbijgaan toe: ‘Misschien moet je toch eens aan de kalmerende pillen. Je wordt er niet vrolijker op’.
‘Maak jij je maar geen zorgen om me’, siste Hendrik-Jan terug. ‘Als je straks thuiskomt ben ik er niet. Ik ben van plan ook een weekje op de zeedijk te gaan liggen. Eindelijk rust.’

Afke trok de deur met een klap achter zich dicht en Hendrik-Jan zuchtte. Misschien was het niet eens zo’n gek idee, een week op de dijk liggen. Hij wist in elk geval zeker dat er absoluut niemand was die hem zou missen.