Cornwerd‘Ligt het nu aan mij?’ dacht ik vanmiddag even. ‘Ben ik dan werkelijk zo vreemd?’ De serveerster die me hielp wierp me een wat wonderlijke blik toe en ik kon er eigenlijk niet uit opmaken of ik verbijstering, verbazing of minachting in haar ogen las.

‘Zo bedoelde ze dat niet’ troostte mijn man me toen ze buiten gehoorsafstand was en ik hem verontwaardigd aankeek. ‘Ze bedoelde het anders’ en ik deed maar alsof ik het met hem eens was maar toch.

Wat was er aan de hand: we waren een tochtje aan het maken, manlief en ik. Er zijn hier in de buurt prachtige dorpjes en zeker met dit mooie weer is het heerlijk om er even doorheen te rijden of ze te bezoeken. We stopten eerst in Cornwerd en bezochten daar een kerkje. Het is ongelooflijk: de meeste dorpjes, hoe klein ze ook zijn, hebben allemaal wel 2 kerken, een Protestantse en een Katholieke. Wat een gedoe moet dat toen geweest zijn stel ik me soms voor. Dat plattelandsleven toentertijd zal niet al te gemakkelijk geweest zijn en dan ook nog veel van je zuurverdiende centjes naar de kerk toe dragen….. brrrr…
Ik ben blij dat ik niet in die tijd leefde. Wat dat kerkengedoe betreft dan hè – er blijven genoeg andere dingen over waardoor ik regelmatig denk: ‘ik wou dat ik 100 of 200 jaar eerder geboren was.’ (Ter info: wel binnen een rijke adellijke familie natuurlijk – niet als dochter van een tandeloze alcoholische visboer ergens in the middle of nowhere).

In Cornwerd dook ik dus even het kerkje in. Ik hou ervan om kerkjes te bezoeken, weet niet waarom. Ik krijg dan ook altijd iets ootmoedigs over me, iets devoots. Helaas is dat gevoel meteen verdwenen zodra ik de kerk uitwandel. Het was zo een lief kerkje – het was alsof ik het kerkje inliep van ‘Little House on The Prairie.’ Het was overduidelijk een Protestantse kerk dus geen beelden of versieringen maar gewoon simpel en eenvoudig en lief. En mooi gerestaureerd.

Daarna reden we gezellig verder en kwamen uit in Makkum. Hier gingen we op een terrasje zitten, bestelde manlief een cappuccino en ik een latte macchiato en een saucijzenbroodje. Na lang wachten kreeg ik het saucijzenbroodje maar er zat geen bestek bij.

Dit vond ik wat lastig. Ik kan heus wel met handen en voeten eten als dat moet, maar ik hou ervan om een saucijzenbroodje met mes en vork te eten. Ik vroeg daarom dan ook beleefd: ‘mevrouw, heeft u ook bestek voor me?’
Verwarring alom. Gefronste wenkbrauwen.
‘Bestek?’
‘Ja. Vork en mes. Voor dit saucijzenbroodje.’
‘Aha.’ Serveerster rende weg, keerde terug en legde gehaast het bestek neer.
‘We geven nooit bestek bij een saucijzenbroodje’ zei ze verontschuldigend. ‘Dat doen we echt nooit. Niemand eet een saucijzenbroodje met bestek.’ Hierop volgde DE blik.

‘Ik wel’ glimlachte ik vriendelijk. En ik wou eraan toevoegen: ‘en thuis eet ik een saucijzenbroodje met een hooivork’ maar het was het me allemaal niet waard. De dag was te mooi en ik wou eens een keer niet al te scherp uit de hoek komen. En dat is gelukt. Maar het knaagde wel.

Niemand eet een saucijzenbroodje met bestek‘ – het feit dat ik er nu nog steeds aan denk en er zelfs een stukje over schrijf is het bewijs dat het nog steeds knaagt en ik verre van ootmoedig ben. Ik ga morgen maar weer flink wat kerken bezoeken.