Lief dagboek,
Donderdag 18.15 uur. Vandaag heb ik bijzonder gezond gegeten – tagliatelle van zeewier, hummus van worteltjes, hummus van kikkererwten, wat gerookte zalm, gebakken uitjes – het was weer smullen.
‘Hapje?’ bood ik Man aan toen ik zag dat hij vol afgrijzen naar mijn bord staarde maar hij schudde verwoed zijn hoofd. ‘Een andere keer graag’ mompelde hij schor. ‘Nu even niet. Ik heb al gegeten en gedronken’. Het klonk wat suggestief zoals hij dat zei maar goed. Dan niet. Hij weet niet wat hij… O, wacht. De telefoon gaat.

19.00 uur. Ik ben net klaar met vriendin G. – ze was een beetje ontdaan. Nu ga ik dit stukje afmaken en straks weer een aflevering Narcos kijken. Het wordt steeds spannender. Je weet hoe het zal gaan (dat stond toentertijd namelijk in alle kranten) en toch zit je op het puntje van je stoel. Wat een gek was die man zeg.

Goed, even een terugblik want anders heb ik daar geen ruimte voor:

Vrijdag 06-01
Bron: RHNog steeds in Amsterdam. L. en ik. zaten de hele ochtend aan de eettafel te babbelen over van alles en nog wat – ‘Het Leven’ zeg maar – tot ik om een uur of drie zei: ‘Zullen we even naar buiten gaan? Een beetje frisse lucht kan geen kwaad’.
L. vond het een goed idee en al vlug liepen we in gezwinde spoed naar een café op een van de grachten. (Teveel frisse lucht hoeft nou ook weer niet). Daarna – ik begin nog te watertanden als ik eraan denk – gingen we kaasfonduen in Café Bern, het restaurantje op de Nieuwmarkt waar we al een eeuwigheid komen en veel diepzinnige gesprekken hebben gevoerd. Ik neem tenminste aan dat ze diepzinnig zijn – de volgende dag kan ik me er nooit meer zoveel van herinneren dus dan zit het wel goed denk ik.

Zaterdag 07-01
Gisteravond laat kwam vriendin P. uit Londen er ook bij. Nu logeren zowel P. & ik bij L. (de man van L. zit voor zaken in het buitenland) en, lief dagboek, we hebben het ouderwets laat gemaakt: pas om VIJF uur in de ochtend gingen we naar bed. We hebben wijn gedronken en zelfs – ik twijfel of ik het wel kan/mag zeggen – een paar sigaretten gerookt. Ja. Daar hadden we opeens zin in, alle drie.

Nu is het 11.05 uur en P. loopt net zingend m’n slaapkamer uit. ‘Ik ben altijd vroeg wakker’ krijste ze opgewekt toen ze woest in haar handen klappend naast m’n bed stond te dansen. Ik voel me een beetje brak. Vanavond vroeg naar bed.

Dinsdag 10-01
Als er één iemand is die zich op de verkiezingen in maart verheugt dagboek, dan is het wel oom H. ‘Ik hoop zo dat de Brusselse Gezanten zich kapot schrikken’ grinnikte hij. ‘Het enige waar de politiek mee bezig is is kruipen richting Brussel’.
‘Ik dacht altijd dat je zei dat hun enige zorg het pluche was?’ vroeg buurvrouw Annie, zijn vriendin.
‘Dat ook’ knikte oom H. ‘Dat vooral misschien. Misschien moeten we het voortaan anders hebben over de ‘Kruiperige Plucheplakkers?’
Buurvrouw Annie negeerde oom H. Ze nam bedaard een klein hapje van haar advocaat met slagroom en zei vergenoegd: ‘Lekker’.

Woensdag 11-01
Ik zag een reclame op tv van de Nationale Postcode Loterij. Gaston riep me opgewekt toe dat er ‘al 257,8 miljoen euro in de pot zit’. ‘De Grootste Prijzenpot Ooit’ brulde hij.
‘Misschien moeten we toch eens meedoen?’ wendde ik me tot Man. ‘Stel je voor dat…’
Man keek minachtend naar de beeldbuis. ‘Dat vooral ja, meedoen. Als er 257,8 miljoen euro in die pot zit weet je zeker dat je NIET mee moet doen. Er komt veel binnen en er wordt weinig uitgekeerd, dat is duidelijk’.
Zo had ik het nog niet bekeken maar er zat enige logica in deze redenering. Ik blijf dus braaf bij de Staatsloterij waar ik bij de trekking van vandaag WEER niets gewonnen heb. Dat schiet dus lekker op.

Donderdag 12-01
19.10 uur. Vriendin G. belde. Ik heb verschrikkelijk met haar te doen dagboek, ze stort een beetje in. G. weet niet of haar man nog iets met die andere vrouw heeft en ze vindt dat verschrikkelijk belangrijk.
‘Weet je nou nog niet genoeg?’ zei ik omzichtig toen ze vertelde dat ze al de hele middag achter zijn computer zat om nog meer ‘bewijs’ te vinden.
‘Nee’ snikte ze. ‘Ik begrijp het ook niet. Ik denk dat hij een depressie heeft en misschien juist NU heel veel liefde nodig heeft. Misschien moet ik hem nu juist NIET laten vallen’.

Ik zweeg Dagboek. Ik zwijg trouwens meestal in dit soort uitermate precaire situaties. Op een dag zal vriendin G. mij zich waarschijnlijk herinneren als De Stille, Zwijgzame Vrouw. Maar dan hopelijk wel als een die goed kon luisteren.