In de lente, zomer en herfst van hun leven hadden de zusjes Calcnaeghel vaak ruzie met elkaar maar de grootste ruzie brak aan tijdens de winter hoewel het eigenlijk niet eens een ruzie te noemen was. Je zou het Verwijdering kunnen noemen. Of Kilte.
Of Afstand. Ja, Afstand. Dat was het beste woord.

‘Afstand wil ik hebben!’ brulde Truus Calcnaeghel toen ze op een dag brak met haar zus Anne-Fleur. Ze kreeg de afstand waar ze om vroeg.

Zomer, ergens in de jaren ’90
‘Komen jullie een paar daagjes hier logeren?’ vroeg Anne-Fleur aan Truus toen ze op het huis van haar dochter paste. ‘Het is prachtig weer en we kunnen met z’n viertjes leuke uitstapjes maken.’ Diezelfde dag nog stapten Truus en haar man in de auto en reden richting Limburg. Het was een ouderwetse avond. De zusjes Calcnaeghel zaten aan de port, haalden herinneringen op en lachten heel wat af terwijl de mannen het over politiek en voetbal hadden.

Direct de volgende dag ging het al mis. ‘Haar walgelijke gedrag heeft mijn leven op zijn kop gezet,’ realiseerde Truus Calcnaeghel zich verbitterd en ze voelde hoe haar bloeddruk de lucht inschoot toen ze zich die vreselijke dag weer voor de geest haalde.
Anne-Fleur had de volgende middag namelijk geprotesteerd toen Truus de spruitjes in een paar liter water wou koken. ‘Hoho!’, riep Anne-Fleur uit die de spruitjes graag op haar eigen manier wou klaarmaken. ‘DAT doen we hier niet!’
Dat was meteen de bekende druppel want die ochtend had Anne-Fleur ook al geprotesteerd toen Truus in de keukenkastjes aan het rommelen was, op zoek naar thee.
Ze vond het idee dat haar gast de keukenkastjes van haar dochter inspecteerde niet zo aangenaam. ‘Hoho!’, had Anne-Fleur geroepen terwijl ze de ketel vulde met water. ‘DAT doen we hier niet!’

Dat gedrag was TE gruwelijk, vond Truus. Ze was van plan haar zuster hier zwaar voor te straffen maar ze moest even op het geschikte moment wachten. De zoon van Anne-Fleur werd namelijk onverwacht ernstig ziek. ‘Nu die jongen zo ziek is begin ik er niet over,’ dacht ze grimmig. ‘Ik wacht even tot dit achter de rug is maar bij de eerstkomende gelegenheid die zich voordoet… ha!’ Ze verheugde zich op dat moment en tot haar grote vreugde hoefde ze niet lang te wachten. Ze was trouwens sowieso niet van plan lang te wachten: ELKE gelegenheid zou ze aangegrepen hebben om keihard terug te slaan voor het leed en onrecht dat haar aangedaan was.

Kort na het overlijden van de zoon van Anne-Fleur brak Truus met haar zus. ‘Afstand wil ik hebben!,’ brulde ze naar een ieder die het horen wou. Ze weigerde de telefoon op te nemen toen een nietsvermoedende Anne-Fleur haar belde. Na enkele dagen tevergeefs bellen begreep Anne-Fleur de boodschap en respecteerde haar zusjes wens om afstand.

De jaren verstreken zonder dat de zusjes contact met elkaar hadden en het was buitengewoon vreemd wat de tijd vervolgens deed. Truus bleek namelijk te lijden aan een zeldzame vorm van geheugenverlies. Ze kon zich niet meer herinneren – zei ze – dat ze jarenlang getraumatiseerd was door het gruwelijke logeerpartijtje. Over de bewuste logeerpartij kon ze vele jaren later volkomen onschuldig zeggen: ‘we hebben fantastische dagen gehad maar het deed me veel verdriet om via via te horen dat Anne-Fleur er heel anders over dacht.’

Truus was niet meer bij machte de waarheid onder ogen te zien. Ze was niet bij machte haar schouders te rechten, haar zuster op eigen kracht te bellen en te zeggen: ‘ik heb een beetje raar gedaan.’ Met zo een formidabel geheugenverlies kon dat ook niet  natuurlijk. Haar herinneringen waren volkomen verwrongen en wanhopig probeerde ze een nieuwe waarheid te creëren als rechtvaardiging voor haar eigen gedrag.
Dat was sneu voor Truus. Want in de winter van hun leven hadden Truus en Anne-Fleur nog veel plezier samen kunnen hebben.
Nu was er alleen nog maar Afstand.

—————-

Bovenstaand verhaal is gebaseerd op een gesprek dat ik vanmiddag opving. Omdat ik mijn schrijfniveau wanhopig graag naar een hoger plan wil trekken ;-) besloot ik vaker schrijven over (fictieve) gebeurtenissen uit het Dagelijks Leven.