‘Elke vrouw die wil weten wat voor vader haar partner zal zijn kan ik één ding adviseren: neem eerst een hond. Echt hoor. Aan dat ‘liefdesbaby als bekroning op ons geluk’ heb je niets.

De vrouw die dit zei nam een slokje van haar chocolademelk en keek haar vriendin vanachter haar zonnebril ernstig aan. De vriendin zei niets, lachte slechts een beetje schaapachtig en doopte haar koekje in de thee. De vrouw met de zonnebril vervolgde: ‘EERST een hond. Als je ziet hoe je partner zich opstelt met een hond in huis, dan weet je al gauw genoeg. Mij zijn werkelijk de ogen geopend sinds we een hond hebben. Karel zei steeds weer: ‘Laten we een hond nemen, laten we een hond nemen.’
Om eerlijk te zijn: in een hond had ik niet veel zin. Maar Karel, je kent hem hè, hij bleef maar doordrammen. ‘Laten we een hond nemen,’ zeurde hij alsmaar. Ik zei nog: ‘Karel, dat lijkt me geen goed idee. In de praktijk zie ik het ervan komen dat IK heel veel voor dat beest op zal draaien en dat zie ik niet zitten.’

‘Nee nee’, zei hij. ‘Echt niet. Ik zal hem zoveel mogelijk uitlaten en ik wil ook met die hond werken.’ Nou, dat ‘werken’ met de hond heb ik gezien. Het ‘werken’ bestaat eruit dat hij in de tuin werkt en de hond bij ‘m in de buurt op ‘t gras ligt.

Maar, en daar word ik nou zo pissig om: het komt allemaal op MIJ neer. Elke dag laat ik die hond uit. Hij gaat met z’n wielerclubje op pad, hij gaat met z’n vrienden een weekje skiën, hij heeft dag- en nachtdiensten, hij klust bij de buren en wie mag de hond uitlaten? Juist ja. Het komt allemaal op MIJ neer.

En toen ik me dat laatst realiseerde dacht ik: ik wil geen kinderen met jou. En toen dacht ik: ALLE vrouwen zouden eerst samen met hun partner een hond moeten hebben. Mij zijn echt de ogen geopend. Tjonge jonge. Voor hetzelfde geld tref je de verkeerde kerel en dan ben je voor 20 jaar de lul. Tja. Het zal je maar gebeuren zeg.

Maar nu moet ik gaan. Sultan moet hoognodig, hij drentelt zo zenuwachtig heen en weer. Sultan! Kom je? We gaan er vandoor. Sultan moet een poepje doen. En een plasje. Hè Sultan?’

De vrouw stond op, pakte haar handtas en de hondenriem en boog zich voorover om haar vriendin een afscheidskus te geven. ‘Wat een gedoe allemaal. Ik wou helemaal geen hond. Wel een kind, maar ja, dat feest gaat nu niet door. Dankzij Sultan. Sultan, kom. We gaan.’