Hendrik-Jan Doordouwer keek op zijn horloge. Vier uur en tien minuten. Zolang hing Afke al aan de telefoon met haar zus. Vier uur en tien minuten. Het was hemeltergend. ‘Hoe houdt een mens dat vol?’ vroeg hij zich verwonderd af.

‘…een volgende keer ga je gezellig mee naar Griekenland’ hoorde hij Afke zeggen. Hendrik-Jan grijnsde bij de gedachte. Dat zou wat worden, met de zussen op pad. Hij gooide de deur van de keuken open en snoof eens diep. Hé, heerlijk was het om weer thuis te zijn. Eindelijk wat frisse lucht. Toen hij vanochtend wakker werd in zijn eigen bed en in de loop van de middag de Harlinger Courant op de deurmat viel voelde hij zich intens gelukkig. ‘Er gaat toch niets boven een eigen huis’ bromde hij tevreden en opgewekt nestelde hij zich in zijn fauteuil.
‘Je moet wel komen met de Visserijdagen hoor Marie’ ging Afke door. ‘Het wordt weer groots dit jaar. Ik zal zorgen dat de hazelnoottaart van Overzet voor je klaarstaat, die vind je toch altijd zo lekker?’
Hendrik-Jan moest toegeven dat hij ook weer zin in had in de Visserijdagen. Van het vorige jaar kon hij zich niet zo veel meer herinneren.
‘Misschien komt dat omdat je toen net iets teveel gedronken had?’ had Afke misprijzend gezegd toen hij dat vertelde. Dat zou wel eens kunnen – de hoofdpijn op die zondagochtend daarna herinnerde hij zich maar al te goed.

Hij sloeg zijn krantje open en probeerde zich te concentreren op wat hij las maar het lukte niet zo goed. Afke aan de telefoon met haar zus Marie was een té grote bron van afleiding.

‘Het is treurig ja’ hoorde hij Afke zeggen. ‘Zoals ze hier in Nederland tegenwoordig met oude mensen omgaan – schandelijk. Ik moet er toch niet aan denken dat moeke op een dag dagenlang in een smerige luier vastgebonden en onverzorgd op bed ligt. Die kant gaan we zo langzamerhand wel op met dit kabinet. En maar miljarden schenken aan andere landen. Als ze het geld niet kwijtraken aan Griekenland of welk ander land dan ook, vinden ze kennelijk dat ze niet capabel zijn, onze ministers.’

Hendrik-Jan trok verkrampt met zijn mond. Afke overdreef nu natuurlijk een heel klein beetje maar toch…. Het was inderdaad een grof schandaal zoals ze tegenwoordig met de ouderen omsprongen.
Zijn haren rezen hem echter te berge toen hij Afke hoorde zeggen: ‘Misschien is het anders maar het beste als Hendrik-Jan en ik moeke in huis nemen, wat denk je? Ik zie ook geen andere oplossing en om onze moeder vrijwillig te laten martelen in deze zogenaamde ‘verzorgingsstaat’ vind ik een afgrijselijke gedachte.’

Hendrik-Jan kuchte en ritselde demonstratief met zijn krant, als blijk van protest. Dat zou hem toch niet overkomen, Afkes moeder permanent in huis.
‘….. natuurlijk vindt Hendrik-Jan dat goed’ babbelde Afke vrolijk verder. ‘Je weet dat hij dol is op moeke.’

Hendrik-Jan had het gevoel dat hij zou stikken als hij nog maar een minuut langer in de kamer zou blijven. Hij vouwde zijn krantje op en rende naar de gang waar hij vlug zijn jas inschoot.
‘Ik ben even weg Afke!’ brulde hij richting woonkamer maar Afke reageerde niet eens.
Met een ferme klap trok hij de voordeur achter zich dicht, holde de Noorderhaven op en zette er flink de pas in, op naar de Lichtboei. Hij voelde een onverklaarbaar verlangen opkomen naar een stevige borrel. Misschien zag de toekomst er over een uurtje wat rooskleuriger uit.

—————————–

Hendrik-Jan Doordouwer verschijnt om de week in de Harlinger Courant. Hij moppert heel wat af maar gelukkig is daar Afke die hem altijd wel weer uit de put weet te trekken. Hoewel…..