‘Je moet je niet zo druk maken’, zei m’n vrouw. ‘Het gaat over. heus. Jaloezie hoort erbij. Dacht je werkelijk dat alleen volwassenen jaloers waren? Welnee! Kinderen kunnen er ook wat van hoor!’
Ze lachte, mijn vrouw. ‘Het gaat echt vanzelf over. Let maar op. Over een tijdje zijn ze dol op elkaar. Zo gaat dat altijd’.

Ik keek haar bedenkelijk aan. ‘Ik hoop het’, antwoordde ik uiteindelijk. ‘Ik vind het namelijk niet leuk als ik zie hoe Mara met haar kleine zusje omgaat’.
‘Ik ook niet’ gaf mijn vrouw me gelijk. ‘Maar toch: het gaat over. Met veel liefde en geduld gaat het over. Dit is een fase, hier moet ze doorheen’.

Op de een of andere manier had ik er een hard hoofd in. Sinds de geboorte van onze tweede dochter Mona gedroeg Mara zich vreemd. Anders. Ze kon met een rare blik haar zusje observeren en ik betrapte haar ooit eens in de wieg van Mona, met haar volle gewicht bovenop haar liggend.

‘Ik wilde alleen maar spelen papa’ glimlachte ze lief maar iets zei me dat ze dat niet wilde. Iets zei me, dat ze geprobeerd had haar zusje te verstikken. Wat als ik niet op tijd die kamer ingelopen was? Wat als… Sindsdien durfde ik Mara niet alleen bij Mona te laten.

‘Nogmaals: het gaat over’, hield mijn vrouw vol. ‘En zullen we er nu over ophouden? Je dochter wordt morgen vier jaar en we hebben nog genoeg te doen. Wat denk je van slingers ophangen bijvoorbeeld?’

Ik lachte. Ze had gelijk, m’n vrouw.
‘Het zal wel iets zijn waar jullie vrouwen allemaal last van hebben’, grinnikte ik. ‘Als ik zie hoe jij en je zussen nog steeds met elkaar omgaan…’
‘Precies’, beaamde m’n vrouw. ‘Niks nieuws onder de zon. En nu de slingers. Als Mara morgenochtend de kamer binnenloopt moet de kamer helemaal versierd zijn’.

We waren zo ingespannen bezig, mijn vrouw en ik, dat we de deur niet hoorden opengaan. Pas toen we gegiechel hoorden keken we op.
‘Mara, lieverd!’ hoorde ik m’n vrouw. Ze stapte van de keukenstoel af en drapeerde de slinger over de eettafel. ‘Wat is er? Lukt het niet met slapen?’

Mara schudde haar hoofd. Ze schuifelde wat met haar blote voetjes heen en weer en hield haar handjes op haar rug. Ze zag er schattig uit in haar pyjamaatje met haar lange losse haar en opeens voelde ik wroeging over mijn negatieve gedachten.
‘Je bent een beetje zenuwachtig vanwege morgen denk ik, glimlachte m’n vrouw. ‘Je voelt wat koortsig en je wangetjes zijn roze’.
Mara keek met grote ogen en open mond naar de slingers.

‘Nog één nachtje slapen en wie is er dan jarig?’ vroeg ik, de slinger waar mijn vrouw mee bezig was verder ophangend.
‘Ikke’, glimlachte Mara tevreden.
‘En hoeveel jaartjes wordt onze Mara?’ zeiden we tegelijk.

‘Zoveel jaartjes!’ Mara hield triomfantelijk haar kleine handje omhoog en toonde ons vier vingertjes.

Vanuit de verte hoorde ik opeens mijn vrouw ijselijk gillen – het was een oerkreet. Nog nooit in m’n hele leven had ik zo’n geluid gehoord. Ik voelde geen behoefte om te gillen maar daar was alles mee gezegd. Want ik voelde hoe de kamer om me heen draaide, ik voelde hoe zich in mijn hoofd een bal vormde die leek te ontploffen ergens in het binnenste van mijn hersens en terwijl ik me vastgreep aan een stoel om niet te vallen, terwijl ik naar Mara’s opengesperde handje keek, terwijl ik naar adem hapte en opeens allemaal rode en zwarte vlekken voor m’n ogen zag dansen (waar kwamen die vandaan?), terwijl ik het gevoel had dat mijn oogbollen elk moment konden exploderen en terwijl mijn vrouw maar niet scheen te kunnen stoppen met schreeuwen keek ik naar de vingertjes die Mara zo triomfantelijk omhoog hield. Vier losse, kleine vingertjes. Ik herkende direct de vingers van haar zusje.