Bron: PixabayToen Zoë het oude Victoriaanse huis zag was ze direct verliefd. ‘Een bouwval, dat is het’ zeiden haar ouders maar dat interesseerde haar niets. Ze had genoeg vrienden en familieleden die haar wel wilden helpen met het opknappen van de oude woning en de koop was gauw gesloten.

Op de dag van de verhuizing ontdekte Zoë enkele vreemde dingen. Zo was de zolder hermetisch afgesloten en her en der had de hond van de vorige eigenaar op de meest bizarre plaatsen flinke krassen in het parket gemaakt. ‘Morgen breek ik de deur naar de zolder open en met de vloer komt het ook wel goed’, glimlachte ze toen ze die avond voor het eerst in haar nieuwe huis naar bed ging. Daarna viel ze in een diepe slaap.

Ze werd wakker door een vreemd geluid. Een soort… wat was het – een krassend? geluid. Zoë ging rechtop zitten en spitste haar oren. ‘Het klinkt alsof een of ander dier met z’n nagels over hout krabt.’ Ze ging rechter zitten. ‘Het komt van de zolder. Er is iets dat aan het hout krabt en knaagt’. Ze rilde. In zulke oude huizen had je natuurlijk ratten. ‘Hier moet ik morgen direct naar kijken’, dacht ze. Opeens voelde ze zich onbehaaglijk en slapen lukte niet meer. Ze was blij toen een paar uur later de dageraad aanbrak.

Het eerste dat Zoë de volgende ochtend deed was de toegang naar de zolder openbreken. Er waren honderden spijkers gebruikt om de deur naar boven dicht te timmeren maar eindelijk trok ze de laatste spijker eruit. Voorzichtig liep ze de vermolmde trap op, met woeste handgebaren de spinnenwebben van zich afduwend. De lucht was dik van het stof maar afgezien van een paar dode insecten was er geen spoor van ratten. Wel stonden er nog wat persoonlijke bezittingen van de vorige eigenaar. In een hoekje stond een vervallen wieg met daarnaast een doos oude foto’s – iets verder stond een antieke paspop maar Zoë ’s aandacht werd getrokken door een grote kist aan het eind van de zolder. Het was een simpele kist waarvan de sleutel ontbrak en Zoë kreeg hem met geen mogelijkheid open.
‘Morgen komt de kist aan de beurt’ besloot ze. ‘Voor vandaag is het welletjes geweest met de zolder’.

De rest van de dag was ze druk bezig met het inrichten van haar huis en toen Zoë die avond naar bed ging was ze bekaf.

Ze sliep nog maar net of ze werd al wakker gemaakt door een enorme klap. ‘Het komt van zolder’ wist ze zich en ze slikte moeizaam. ‘Wat zal ik doen? Wat moet ik doen?’
‘Kom op’, sprak ze zichzelf vervolgens vermanend toe. ‘Dit is JOUW huis. Je gaat gewoon kijken wat er aan de hand is.’
Met een zaklamp in de hand ging ze de trap op. ‘Hallo?’ riep ze terwijl ze op de bovenste trede bleef staan. Haar stem trilde. ‘Hallo?’ Ze scheen het licht in het rond en haar hart miste een paar slagen. De kist was open.

Zoë’s hart bonkte als een razende terwijl ze haar ogen samenkneep tot spleetjes om de kist beter te kunnen bekijken. Toen stokte haar adem en liet ze de zaklantaarn uit haar handen vallen, maar niet voordat ze de schim had gezien die naast de kist hurkte. Niet voordat ze had gezien hoe twee felrode ogen in het donker naar haar gluurden, hoe tussen de vlijmscherpe tanden van de onmenselijke schaduw rottend vlees bungelde, hoe het gedrocht naast de kist naar haar grijnsde en zijn scherpe klauwen diepe krassen maakten op de houten vloer toen hij op haar afsprong. Ze merkte nog dat zijn bedwelmende kadaverlucht diep haar hersens binnendrong maar de zachte doodskreet die Zoë nog wist te produceren was, eerlijk is eerlijk, feitelijk nauwelijks het vermelden waard.