Bron: Pixabay

Bron: Pixabay

Het is verdomme al de derde keer dat ik de afspraak bij de tandarts vergeet. Die man denkt ondertussen dat ik gek ben en ik moet zeggen: ik begin dit ook wel wat zorgwekkend te vinden. Dit is met geen mogelijkheid meer uit te leggen.

De assistente had het me de vorige keer nog ZO gezegd: ‘een volgende keer brengen we het gewoon in rekening hoor’ en timide kwaakte ik toen: ‘Ja, maar dit gebeurt echt nooit meer’. Nou gebeurt het TOCH. Je schaamt je je ogen uit je hoofd.

De hele dag heb ik me afgevraagd: HOE kan het dat dit me wéér overkomen is? Ben ik bang voor de tandarts? Is het een onbewust wegduwen? Ben ik werkelijk niet goed bij mijn hoofd? Nee, dat is het niet. Ik ben niet bang voor de tandarts, nooit geweest, dus dat kan het niet zijn en dat andere is ook niet het geval. Denk ik.
Het is hoogstwaarschijnlijk gewoon de chaos in mijn hoofd die dit veroorzaakt. Chaos tussen aanhalingstekens dan hè. Ik vind zelf dat het wel meevalt maar manlief denkt daar anders over.
We keken een keer naar een schilderij van Dali waar ik helemaal verrukt van was.
‘Ik weet het niet’ zei manlief weifelend. ‘Ik vind het, om eerlijk te zijn, een beetje chaotisch.’
‘Daarom juist!’ riep ik schertsend. ‘Ik begrijp dit schilderij helemaal. Dit ben IK!’
Manlief bekeek me enigszins mistroostig. ‘Ik weet het’ zuchtte hij hartgrondig.

Maar na vandaag ben ik bijna geneigd hem gelijk te geven. Ben ik dan werkelijk wat chaotisch? Ik kan het me haast niet voorstellen.

Om tien over twee moest ik bij de tandarts zijn. Om kwart over twee zat ik achter mijn computer en probeerde alvast iets te doen aan mijn column voor aanstaande vrijdag toen de telefoon rinkelde. ‘Ja, met de assistente van de tandarts’ hoorde ik aan de andere kant van de lijn en – zonder gekheid – als door een wesp gestoken veerde ik op van mijn stoel, terwijl ik mezelf betrapte op het uitstoten van een primitieve keelklank. Het klonk als: ‘Ooeeaaaaaaaaggghhhh’ waarna ik mezelf corrigeerde en als een dolle in de hoorn gilde: ‘Nee nee nee nee nee nee nee.’ Ik kon gewoon NIET geloven dat het me WEER was overkomen. Werkelijk, het schuim stond me om de mond van narigheid.

Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. Toen hoorde ik de assistente zeggen: ‘Gaat het een beetje met u?’
‘Jazeker’ brulde ik. ‘Ik kom NU meteen naar jullie toe.’
Ik bedoel: ik was officieel pas 5 minuten te laat. Neem dan nog eens tien minuten om daarheen te gaan, dan spreken we over vijftien minuten te laat. Dat moet kunnen vind ik.

‘Nee nee’ haastte de assistente zich te zeggen. ‘Dat kan nu niet meer. Wilt u een nieuwe afspraak maken?’
Ja, natuurlijk wou ik dat. De assistente had goed nieuws voor me. Morgen kon ik komen. Maar dan wel als eerste.
‘Om half acht ’s ochtends, redt u dat?’ vroeg ze liefjes.

Dinsdag is mijn vrije dag. En dan verheug ik me altijd op het uitslapen. En dat weet ze. Ik vermoedde een boosaardig glimlachende assistente aan de andere kant van de lijn.
Ik blijf de hele nacht wakker, voor de zekerheid. Een vierde keer mag KAN dit me echt niet overkomen.