Zoals ze daar zat, in de stoel bij het raam, leek ze ogenschijnlijk een rustig en tevreden mens. Niemand zou vermoeden dat het van binnen borrelde en bruiste en een geschreeuw van jewelste was.

Het irritante gekijf was afkomstig van de stemmetjes van Spijt & Schaamte. Deze twee maakten constant ruzie in haar hoofd en eerlijk: ze was het gekrakeel meer dan zat.

Het was vervelend, dat geruzie de hele tijd, maar de stemmen het zwijgen opleggen lukte haar niet.

Van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat ging het gehakketak door en dat ging ongeveer zo:

‘Ik ben haar kwijt!’, schreeuwde Spijt. ‘Ik ben haar kwijt en ik wil dat niet! Ik mis haar!’
‘Dat kan wel zo wezen, maar je gaat niet je excuses aanbieden hoor’, waarschuwde Schaamte. ‘Hou op – het idee! Ik schaam me kapot bij de gedachte!’
‘Maar waarom mag ik niet mijn excuses aanbieden?’, jengelde Spijt. ‘Ze is mijn zus – wie weet hoeveel jaar we elkaar nog hebben? Waarom mag ik haar niet bellen en zeggen dat het me spijt? Dat ik haar mis?’

‘Omdat ik dat niet wil’, sprak Schaamte bars. ‘Omdat ik dat beslist niet wil. Jij hebt deze ellende veroorzaakt door te luisteren naar Jaloezie. Jij gunde je bloedeigen zus het licht in de ogen niet, althans: daar had het veel van weg. Je hebt alles gedaan om de boel kapot te maken en nu Spijt hebben? Laat me niet lachen. Het is al pijnlijk genoeg allemaal zeg, hou op.’

‘Maar ik mis haar’, krijste Spijt. ‘Ik mis haar zo ontzettend dat het pijn doet.’
‘Dat kan wel zo wezen’, brulde Schaamte woest, ‘maar dat had je eerder moeten bedenken. Dat had je moeten bedenken VOORDAT je je zus met een dolk in de rug neerstak. Begrijp je dan niet dat je nu voor altijd moet doen alsof je neus bloedt? Begrijp je dat werkelijk niet? Als je nu toegeeft dat je fout zat dan denkt een ieder dat je knettergek bent! We blijven dus doen wat we al een hele tijd doen: we blijven de slachtofferrol met verve spelen. Meer kunnen we niet doen – we hebben al genoeg gezichtsverlies geleden.’

Spijt zweeg en dacht na. ‘Maar ik mis haar zo verschrikkelijk’, zei Spijt weer. ‘Ik mis haar en als jij er niet was dan had ik haar allang gebeld. Dan had ik allang gezegd dat ik verkeerd gehandeld heb.’
Het klonk zachtjes.
Voor het eerst deed Jaloezie haar mond open: ‘Straks zeggen jullie nog dat het allemaal mijn schuld is.’

Even was het stil.
‘Nou…’, zei Spijt uiteindelijk weifelend.
‘We houden erover op’, sprak Schaamte. ‘Ik wil hier niet meer over nadenken. Het is allemaal al erg genoeg. Als ik erover nadenk dan… dan schaam ik me gewoon.’
‘En als ik erover nadenk dan… dan spijt het me zo’, zei Spijt.
‘Als ik erover nadenk word ik nog steeds pissig op haar’, sprak Jaloezie giftig.
Toen zwegen ze. Alleen Spijt snikte zachtjes.