De moeder van Lola. Telkens als Mina aan haar dacht dansten de schuimvlokken haar direct om de grote mond, een mond die wel wat weg had van een overjarige opgeblazen breedbekkikker met knalroze lippen. Dit was zo’n momentje dat ze zich weer mateloos opwond. Ze kwam net bij dokter Hartman vandaan, aan wie ze alles over oma had verteld, maar nu dwaalden haar gedachten onwillekeurig toch weer een kant op die ze eigenlijk niet wilde. ‘Dat schijnheilige loeder’ dacht ze knarsetandend terwijl ze tussen de kussens van de bank een uitgelopen Camembert opdiepte. ‘In m’n gezicht lief en aardig doen maar ondertussen aanpappen met mensen waarvan ze WEET dat ik het niet wil’. Oef. Mina merkte dat haar bloeddruk begon te stijgen en zette gauw de fles port aan haar mond.
‘Kalm blijven, kalm blijven Mien’ zei ze tegen zichzelf terwijl ze een grote slok nam. ‘Je bent een onbegrepen genie – veel grote geesten worden niet begrepen, dat is nou eenmaal ons lot’.
‘Vind je dat je Lola en haar moeder kan verbieden met bepaalde mensen om te gaan?’ had dokter Hartman gevraagd toen ze hem vertelde waar een groot deel van haar wrok zat.
Mina had hem schaapachtig aangestaard. ‘Het is de schuld van oma‘ bralde ze, maar vlug liet ze erop volgen: ‘Ik wil graag alles gescheiden houden’.
‘Je bedoelt: JIJ bepaalt wie er met wie omgaat en wanneer? Daar komt het namelijk een beetje op neer zie je’.
Mina had gezucht. Dokter Hartman begreep haar niet en zou haar nooit begrijpen, dat was wel duidelijk.

Terwijl dokter Hartman Mina aanstaarde en zich afvroeg of het toch niet beter was haar gedwongen op te laten nemen – ‘is ze nou wel of niet gevaarlijk?’ schoot het door zijn hoofd, zaten op dat moment Lola en haar moeder samen aan de keukentafel.
‘Het is altijd al een probleemgeval geweest’ zei Lola’s moeder terwijl ze met een vies gezicht het kopje koffie van zich afschoof. ‘Wordt het trouwens geen tijd dat je eens lekkere koffie leert zetten?’
Lola lachte. ‘Ik blijf het proberen mam’.
‘Geef dan maar een advocaatje’ zei de moeder. ‘Daar heb ik eigenlijk meer trek in’.
Lola zette een advocaatje met slagroom neer en ging zitten.
‘Ga door’ moedigde ze aan. ‘Je was aan het vertellen over Mina’.
Lola’s moeder nam genietend een hapje van haar advocaat en keek opeens ernstig. ‘O ja. Inderdaad. Mina. Ach, wat zal ik zeggen. Dat meisje is altijd al zeer labiel geweest. Dat hele gezin heeft enorm te lijden gehad onder dat explosieve karakter. Die ruzies die zich daar afgespeeld hebben – het schijnt afgrijselijk geweest te zijn. Mina was beslist de splijtzwam binnen die familie. Triest, heel triest. Ze heeft zichzelf niet in de hand, die arme meid. Eigenlijk zou ze permanent platgespoten moeten worden’.

Wordt vervolgd