Zaterdag 12-01
Lief dagboek,
13.14 uur. Man en ik staan op het punt om stadje in te gaan. ‘Een wandeling over de Voorstraat is altijd gezellig’ legde ik uit toen ik het voorstelde en hij verbijsterd naar buiten keek. ‘Ik weet niet of je het doorhebt maar het regent’ antwoordde hij.
‘Ik heb een nieuwe lippenstift nodig’ improviseerde ik.
‘Alweer?’ vroeg man, enigszins smalend.
13.21 uur. Vriendin M. belde. Een van de nieuwe collega’s van vriendin M., ene D., schijnt bijzonder aanwezig te zijn. ‘Als ik iets vraag aan een ander geeft D. antwoord’ vertelde ze. Nu heeft collega K. daar laatst iets van gezegd met als gevolg dat de groep zich unaniem tegen K. heeft gekeerd. ‘Het lijken wel een stel hondsdolle hyena’s’ verzuchtte M. ‘Zoals ze over die man praten als hij de afdeling af is – het is treurig. Hij is nu apart gaan zitten want de sfeer is echt niet okay. Ik heb zelden zo een schandelijke vertoning meegemaakt’. Arme K. Dit soort dingen zijn waardeloos.
13.52 uur. Ga nu echt de deur uit.

Zondag 13-01
13.05 uur. Wow, wat een stoere taal van onze Lachende Leider. ‘Ik zou het liefst raddraaiers die met oud en nieuw hulpverleners aanvallen persoonlijk in elkaar slaan’ las ik net in de Leeuwarder Courant.
Man grinnikte toen ik het hardop voorlas. ‘Tja, in het vizier van de aanstaande Statenverkiezingen wil de man zich graag weer eens van zijn heldhaftige kant laten zien, dat is duidelijk. Het is allemaal gebakken lucht. Onze politiemacht is onder Rutte de laatste jaren zo uitgehold dat er nauwelijks meer adequaat kan worden opgetreden en nu met dit soort kreten komen is vrij belachelijk’.
20.17 uur. O rampspoed dagboek: mijn externe harde schijf weigert.

Maandag 14-01
Even met vriendin G. afgesproken in stadje. ‘Hoe was de date laatst?’ vroeg ik. (G. is nog steeds ijverig aan het daten). Ze snoof. ‘Hij bleek een zwakzinnige te zijn. Toen ik vertelde dat ik altijd monogaam ben in een relatie snapte hij het niet. Hij dacht dat monogaam iets met de vulling van tanden en kiezen te maken had’, zei ze. G. keek gepijnigd.

Dinsdag 15-01
Dagboek: wil je wel geloven dat ik nog steeds een beetje ontdaan ben? Ik begrijp nog steeds niet wat er gebeurde en ik vind het heel vreemd en typisch en..en.. Enfin, laat me bij het begin beginnen. We hadden een verjaardag in de familie (dat heb je met een grote familie) en oom H. en buuf Annie waren er ook. Op een gegeven moment vertelde oom H. aan een van de mannen hoe hij met vrouwen om moest gaan: ‘Regelmatig een bloemetje meenemen jongen’, adviseerde hij. ‘Je voorkomt daar heel wat ellende mee en als ze dan toch beginnen te zeiken werp je een gepijnigde blik op dat vaasje. Daarmee snoer je ze wel de mond’.
‘En nu is het genoeg, jij, jij… jij seksistische larf!’ riep buuf Annie plotseling uit. Oom H. zweeg bedremmeld en de sfeer was daarna een beetje vreemd. Buuf Annie zelf leek geschrokken van haar uitbarsting en probeerde het toen weg te lachen maar toch. Zou het niet goed tussen die twee gaan?

Woensdag 16-01
19.09 uur. Liedje van de week is trouwens ‘Piece of My Heart’ van Janis Joplin. Wat een stem had ze toch.
21.34 uur. Hallelujah!! Als ik mijn pc opstart in veilige modus doet mijn schijf het!!

Vrijdag 18-01
Vandaag een jaar geleden schreef ik:
‘Zojuist even bij moe om het hoekje gekeken. Ze heeft haar flesje astronautenvoeding op en ik bracht haar een kopje thee. Ik wil weer met je aan de Cava moe! Ik wil weer met je over de Voorstraat lopen en bij Anna Casparii zitten. Ik wil weer lachen met je omdat je dacht dat je een leuke sjaal om had die in werkelijkheid een tafelloper bleek te zijn. Ik weet het: op dit moment ben je nog erg ziek en we zijn er nog lang niet. Of we er ooit komen weet ik niet en dat is ook niet belangrijk; we hebben elkaar vandaag nog. We hebben elkaar Nu. Meer dan Nu is er niet. Straks zien we wel verder – Nu hebben we te pakken. En Nu is, zeggen ze, waar het in Het Leven uiteindelijk allemaal om draait. Toch?’

Ik wist het toen nog niet, maar we hadden elkaar nog maar een paar daagjes. Nu heb ik moe al bijna een jaar niet meer. Dat ik bovenstaand fragment een jaar geleden schreef is ongelooflijk dagboek… Ik herinner me elke dag uit die inktzwarte periode nog alsof het gisteren was.

Droomde eergisternacht trouwens over moe: moe en ik zaten tegenover elkaar aan tafel en hielden elkaars handen zwijgend vast. Het enige dat we deden was elkaar aankijken, écht aankijken. Terwijl we elkaar aankeken wist ik: nog nooit hebben we zoveel van elkaar gehouden als nu, op dit moment. Moe had tranen in haar ogen en glimlachte weemoedig en ik probeerde dapper door mijn tranen heen te glimlachen terwijl ik werd overvallen door een vreemde mix van immens verdriet en liefde. Zo zaten we daar nog even totdat moe haar handen losmaakte uit de mijne en kordaat zei: ‘Kom, we gaan ons opknappen. De spiegel roept’.

Ik werd wakker van de wekker. En het meest aparte was: terwijl ik naar de badkamer strompelde en even later vol afgrijzen naar de vrouw in de spiegel staarde dacht, wist, voélde ik: ‘Zojuist was moe even heel dichtbij’.

*****

1 Vindt dit leuk!