Dokter Victor Le Noble zuchtte en wierp een steelse blik op de klok. Hij zette zijn bril af en wreef vermoeid over zijn ogen. Daarna drukte hij de bril weer stevig op zijn neus en keek naar buiten. Het zonnetje scheen uitbundig en de lente was overduidelijk in aantocht. Op een takje zag hij een vogeltje dat vol overgave aan het fluiten was en in de verte hoorde hij een hond blaffen. Met duidelijke tegenzin draaide hij zijn hoofd naar de vrouw die tegenover hem zat. De afgelopen twintig minuten was ze onafgebroken aan het ratelen. Aan het vertellen over het leed dat haar aangedaan was.

Dokter Victor Le Noble was moe. Al weken probeerde hij tot deze vrouw door te dringen, tevergeefs. Toen ze voor het eerst bij hem op zijn spreekuur verscheen vertelde ze dat ze behoefte had aan praten. ‘Ik heb niemand om mee te praten maar er is me zoveel leed aangedaan – ik moét dat verwerken, ik moét het een plekje geven.’
Hij was begaan met de vrouw. Hij wou haar helpen. Na een paar gesprekken wist hij genoeg. Zo’n harde noot had hij nog nooit gekraakt. Deze ontmoetingen waren zinloos.

‘Ze zit hier niet omdat ze hulp wil – ze zit hier omdat ze hoopt in elk geval van één iemand gelijk te krijgen’, realiseerde dokter Le Noble zich en hij zuchtte wederom.
‘…toen schreeuwde ik, arm omhoog en met gebalde vuist, hoeveel geld ik verdiende!’ vertelde ze. Ze glom van trots. ‘U had die gezichten eens moeten zien op die verjaardag!’
Dokter Victor Le Noble kon zich daar wel iets bij voorstellen.

‘…maar die háát dokter, die haat als je mooi en succesvol bent – ik kan er niet over uit. Nog nooit in mijn leven heb ik een fout gemaakt. Ik gun iedereen van alles, echt. Nooit ben ik jaloers op wie dan ook geweest maar die ontzettende haat van mijn omgeving – ik begrijp het niet.’

‘Heeft u echt nog nooit een fout gemaakt denkt u?’ wilde dokter Le Noble weten.
De vrouw schudde beslist haar hoofd. ‘O nee dokter. Absoluut niet.’
Dokter Le Noble bekeek de vrouw peinzend.

‘Heeft u in uw leven wel eens ‘sorry’ gezegd?’ wou hij uiteindelijk weten.
‘Sss..ss..ss…?’ De vrouw keek wat verwilderd.
‘Ja, sorry’, herhaalde dokter Victor Le Noble.
De vrouw staarde hem ongelovig aan.
‘Waarom zou ik dat überhaupt zeggen? Dat is nog nooit nodig geweest. IK ben het slachtoffer dokter. IK. Niemand anders. En dat terwijl ik altijd een ieder van alles gun. Terwijl ik de meest trouwe, integere en loyale vriendin ben die een mens zich kan voorstellen. Had ik al verteld hoe oprecht en eerlijk ik ben?’

‘Probeert u het eens. Zegt u eens ‘Sorry’,’ zei dokter Victor Le Noble vriendelijk. Hij begon er plezier in te krijgen.
‘Sss…sss…ss…’ Het lukte de vrouw niet. Er viel een stilte waarbij ze elkaar enkele seconden aankeken. Toen bukte de vrouw zich en pakte haar handtas van de grond.
‘U zit ook in het complot om mij kapot te maken’, siste ze.

Dokter Victor Le Noble gaf geen antwoord. Hij keek weg van de vrouw en vestigde zijn aandacht op het vogeltje buiten. Het beestje was uit volle borst aan het kwelen en de lente hing zwaar in de lucht. In de verte blafte nog steeds de hond. Met een doffe dreun trok  de vrouw de deur achter zich dicht. Dokter Victor Le Noble  keek niet op of om. Hij glimlachte naar het vogeltje en voelde zich, heel vreemd, opeens bijzonder opgelucht.