Lief dagboek
En opeens zitten we in 2017. Ik moest de laatste dagen vaak denken aan 1999. Wat een paniek was dat, toen we naar het jaar 2000 verhuisden! Iedereen had het over het millennium en voor de zekerheid had ik toch maar wat extra water en kaarsen in huis gehaald, not to mention de liters en liters wijn en een container vol sigaretten. Je wist tenslotte maar nooit wat er allemaal kon gebeuren met zo’n millennium. Ik voelde me dan ook behoorlijk in de maling genomen toen er helemaal NIETS gebeurde. Zonde, vond ik. Echt een gemiste kans.
Hoe dan ook: ik heb de afgelopen dagen weinig geschreven maar omdat ik niet – helemaal – wil vergeten wat ik de afgelopen dagen gedaan heb ga ik mijn dagboek toch even bijwerken:

Vrijdag 30-12
Moe en ik vinden de Harirasoep van Nooitgedagt ongelooflijk lekker. We beginnen er ‘s ochtends aan de ontbijttafel al over. Gaan nu stadje in, op naar de soep.

‘s Avonds kwam vriendin M. plus gezin even op bezoek. De mannen hadden het al vlug over politiek. ‘Ik zag Rutte laatst nog op tv’ zei de man van M. ‘En terwijl ik hem zo zag lachen dacht ik: soms is het net een normaal mens. God, wat kan schijn toch bedriegen hè?’ De man van M. wreef zich verheugd in de handen, alsof hij iets heel leuks had gezegd.

Zaterdag 31-12
De laatste dag van het jaar! Dag 2016. Ik hoop dat je opvolger wat milder zal zijn – al met al was je voor de wereld een vrij agressief jaar.

Zondag 01-01
12.36 uur. Welkom 2017! Ik bedacht me zojuist dat het wel leuk was om met z’n allen een tocht te maken. ‘Dan kunnen we zien hoe Friesland er in 2017 uitziet’ legde ik uit aan man toen hij met een bedenkelijke blik naar buiten keek. Ik volgde zijn blik. Het was grijs, grauw en begon miezerig te regenen. Moe klapte in haar handen. ‘Jaaa, een tochtje, gezellig’. Vader staarde uit het raam. ‘Het begint steeds harder te regenen’ mompelde hij terwijl hij omhoog staarde.

12.45 uur. We gaan scrabbelen.

Maandag 02-02
Vriendin G. hoopt zo snel mogelijk gescheiden te zijn. ‘Dat had ik een jaar geleden om deze tijd niet kunnen denken’ lachte ze vreugdeloos toen ze dit vertelde. ‘Ik zit in een permanente achtbaan op dit moment en ben ook nog eens midden in de overgang – wat is het leven toch een feest soms’.
Dat laatste zei ze natuurlijk wat cynisch dagboek, dat snap je. Over die overgang waren we het al vlug eens: ‘De overgang is bedoeld om je man het huis uit te jagen. De rol van de vrouw (qua voortplanting) is uitgespeeld en de man, die steeds vaker denkt: ‘Wat zeurt dat wijf de laatste tijd toch’ begint zo langzamerhand eens om zich heen te kijken’.
‘Met alle gevolgen van dien’ snikte G.
‘Elk afscheid betekent de geboorte van een herinnering’ probeerde ik G. te troosten. Ze keek argwanend op: ‘Die heb je niet zelf bedacht’.
‘Salvador Dali’ bekende ik.

Woensdag 04-01
Ga morgen een paar dagen logeren bij jeugdvriendin L. in Amsterdam. L. en ik waren buurmeisjes in Suriname en als we elkaar zien hebben we altijd lol, zelfs als er niets te lachen valt. Verheug me nu al op alle eettentjes op de Albert Cuyp.
‘Voor iemand die zo weinig in de keuken staat hoor ik je wel verdomd vaak over eten praten’ merkte vriendin M. op.
‘Vanwege m’n Surinaamse bloed’ legde ik uit. ‘In Suriname draait veel – zo niet alles – om eten. Of het nou om een bruiloft of een begrafenis gaat, altijd hoor je de vraag: wat is er te eten. Als mijn Surinaamse nichten op bezoek komen is dat het allereerste dat ze vragen nadat ze me bij de voordeur hardhandig opzij geduwd hebben en naar de keuken zijn gerend’.
M. staarde me ongelovig aan.

Donderdag 05-01
17.20. Heb vriendin M. vanuit diverse eettentjes wat foto’s gestuurd. ‘Geloof je me nu?’ appte ik net terwijl ik een foto van een enorme kom saoto soep stuurde (Javaanse kippensoep). M. heeft nog niet gereageerd.
‘Wat gaan we morgen eten?’ hoorde ik vriendin L. net vragen terwijl ze hap soep nam en aandachtig de menukaart bestudeerde. Ik moest opeens heel erg lachen dagboek. Surinamers en eten – de perfecte combinatie. Ik kan niet anders zeggen: deze paar daagjes Amsterdam zijn beslist weer de moeite waard.