Het was warm. Het was niet gewoon warm – het was heet. Hendrik-Jan Doordouwer zuchtte en steunde dat het een lieve lust was maar Afke kreeg er geen genoeg van. ‘Heerlijk hé?’ glunderde ze de godganse dag terwijl ze vrolijk in het rond huppelde in de meest luchtige jurkjes.

‘Noem het maar heerlijk’ gromde Hendrik-Jan Doordouwer. ‘Ik heb zo langzamerhand wel weer eens behoefte aan wat frisse lucht.’
Hendrik-Jan voelde hoe zijn overhemd tegen zijn rug plakte. Hij kwam net binnengelopen nadat hij bij de boot was gaan kijken. Hij werd gewoon chagrijnig van die warmte. En dan straks ook nog op vakantie, naar dat warme Griekse eiland. Beetje bij beetje voelde hij dat ook zijn humeur wat verhit raakte. Hendrik-Jan pakte de Harlinger Courant die op de deurmat lag en ging in zijn achtertuintje zitten, een koud pilsje met zich meenemend.
‘Wat is het heet’ dacht hij. ‘Zo heet heb ik het nog nooit gehad.’

Hij kreeg het nog warmer toen hij de plannen over het parkeerbeleid las. ‘Altijd maar manieren zoeken om de onschuldige burger geld uit de zak te kloppen, bah’ dacht hij verbeten. De oplossing was zo simpel. Gewoon iedere Harlinger auto een vignet geven, van Harlingen een blauwe zone maken waar je maximaal 3 uur mocht staan en auto’s die langer dan 4 uur wilden parkeren op het parkeerterrein laten parkeren. Maar waarom zouden ze voor de meest logische oplossing kiezen? Ze hadden weer een geweldige manier bedacht om de gemeentekas te spekken. Ach ja, misschien moest hij zich er maar niet zo druk meer om maken. Hij woonde nu eenmaal in een land waarbij de gewone burger altijd de klos was.
‘Zit je werkelijk zo te zeuren om die 2,50 euro Hendrik-Jan?’ had Afke vertwijfeld aan hem gevraagd toen hij zich daarover uitliet. ‘Het is toch geweldig dat er eindelijk iets aan dat eilander blik gedaan wordt?’ Hendrik-Jan had er het zwijgen toegedaan.

‘Ik ga even met Carmen de stad in lieve!’ hoorde hij Afke vanuit de gang roepen. ‘We gaan even naar de Bredeplaats, kom je ook?’
‘Ik kijk wel even’, bromde Hendrik-Jan. ‘Ik denk het niet. Het is mij te warm.’

Terwijl hij daar zat, in de schaduw in zijn tuintje, dacht hij na over het gesprek dat hij laatst met vriend Willem in de Lichtboei gevoerd had.
‘Ik heb gehoord dat er een groep burgers is die een eigen bank willen starten’ had Willem gezegd. ‘Ik heb me al aangemeld. Moet je voorstellen: een bank waar niet gegraaid wordt!’
Hendrik-Jan had zijn hoofd geschud. ‘Onmogelijk Willem. Waar geld is zitten graaiers, dat is nou eenmaal een wetmatigheid. Het idee is geweldig maar het probleem zit ‘m niet in de banken. Het probleem zit ‘m in de mentaliteit van mensen. Binnen de kortst mogelijke tijd heb je toch weer te maken met de alles verziekende bonuscultuur en topsalarissen. Nee, ik geloof er niet meer in. De enige plek waar je geld echt veilig is, is de ouwe sok.’

‘Toch is het een goed idee!’hield Willem vol. ‘Het huidige bankenstelsel is zo verrot als de pest. Het gaat allang niet meer om wat je kunt maar om wie je kent, dat weet je zelf ook wel!’
Tegen wil en dank moest Hendrik-Jan lachen om het enthousiasme van Willem. ‘Ja’, schamperde hij ‘en Zalm als directeur zeker, nou, dan weet je zeker dat het allemaal goed komt! Wist je trouwens dat Zalm bij onze ‘Staatsbank’ toch maar mooi 750.000 euro verdient?’

Hendrik-Jan staarde voor zich uit en nam een slokje van zijn bier. Een eerlijke bank… Ach ja….Dat zou hij nooit meemaken vreesde hij.

Hij sloeg de pagina van zijn krantje om en veegde zijn voorhoofd af. Wat had hij het warm..…..

—————————–

Hendrik-Jan Doordouwer verschijnt om de week in de Harlinger Courant. Hij moppert heel wat af maar gelukkig is daar Afke die hem altijd wel weer uit de put weet te trekken. Hoewel…..

  Vind dit leuk!