‘Beste meneer Timmermans,

Vreugde, grote vreugde overviel mij toen ik las over het prachtige, menselijke gebaar dat u wilt maken door de grenzen wagenwijd open te stellen voor mensen die zich achtergesteld voelen in Rusland vanwege hun seksuele geaardheid.
Die groep is een kwetsbare groep in Rusland en dit greep u dermate aan dat u een oproep deed en ze hier het Paradijs beloofde.

Hierbij wil ik toch een kanttekening plaatsen want ik herinner me nog maar al te goed het weggepeste homoseksuele stel in Utrecht waarbij de politiek demonstratief de andere kant opkeek maar goed: dat stel kwam dan ook niet uit Rusland, misschien dat het daaraan lag.
Uw hart gaat duidelijk uit naar de zwakkeren in de samenleving, de minderheden, en dit stemt mij blij. Ziet u: ik beschouw mezelf ondertussen ook meer en meer als een zwakkere. Als slachtoffer van een regime dat er op uit is de onschuldige burger te pesten, treiteren en tot in lengte der dagen uit te knijpen.
Ik besef dat de gemiddelde politicus geen idee heeft van wat er werkelijk onder de bevolking leeft. Ze hebben het vast te druk met het warm houden en koesteren van het pluche waar ze op zitten, maar zo bent U niet! U stáát voor de zwakkeren in de samenleving en daarom doe ik, namens miljoenen zwakkeren in déze samenlevi..’

‘Joehoe, ik ben er!’ hoorde Hendrik-Jan Doordouwer en verstoord keek hij op. In de deuropening stond Afke die hem stralend bekeek en Hendrik-Jan knipperde een paar keer met zijn ogen. ‘En? Wat vind je ervan?’ glunderde ze en ze draaide een sierlijke pirouette.
‘Mooi’, stamelde Hendrik-Jan. ‘Heel mooi’ en verdomd, het was waar: Afke zag er geweldig uit.
‘Ik ben naar de kapper geweest’ verduidelijkte ze, en ze schudde haar hoofd. Haar blonde haar hing in woeste krullen op haar schouders waardoor ze iets van een leeuwin over zich kreeg.
‘Ik liep over de Voorstraat en dacht: kom, waarom ook niet? Daarna ben ik naar de schoonheidsspecialiste gegaan en tot slot heb ik zalig geluncht met Betty bij Het Noorderke. Mijn dag kan niet meer stuk.’

Uit de tas van Zensa toverde ze een vest tevoorschijn en hield dit voor zich.
‘Heb je wéér wat nieuws gekocht?’ riep Hendrik-Jan ongelovig maar Afke gaf geen antwoord. In plaats daarvan zei ze: ‘Wat heb jij allemaal gedaan lieve? Weer druk bezig geweest met brieven schrijven neem ik aan? Als je toch bezig bent: vraag of ze meteen iets kunnen doen aan de verkeerssituatie bij de Lidl en Plus supermarkt. Ik deed er laatst vijf minuten over om de weg weer op te kunnen, zó vast zat het verkeer.’

Hendrik-Jan bekeek Afke wantrouwig. Aan haar stem te horen nam ze hem niet zo serieus en dat beviel hem helemaal niet.
‘Je maakt je veel te druk over al die plucheklevers,’ lachte Afke. ‘Als je je verveelt: ik heb nog genoeg andere klusjes voor je te doen hoor. Dat brieven schrijven begint een sneue bezigheid te worden.’ Afke liep hem elegant voorbij (was haar tred nu ook veranderd door haar nieuwe kapsel?) en installeerde zich bevallig op de bank. ‘Kom eens bij me zitten’ glimlachte ze zwoel en ze schudde haar woeste lokken naar achteren. ‘Ons pluche zit namelijk ook heel erg lekker.’
Met een ruk schoof Hendrik-Jan Doordouwer zijn stoel achteruit en holde naar de bank. Afke in deze bui was een zeldzaamheid. De brief moest maar even wachten.