Lief dagboek,
Vorige week was ik nog wel zo van plan een stukje te schrijven maar Ljubljana en vriendin L. is een combinatie waarbij het schrijven er nog wel eens in wil schieten. Inmiddels ben ik terug en ga even m’n aantekeningen doornemen zodat ik later, als ik groot ben, toch nog weet wat ik in oktober 2019 gedaan heb. Zo zagen de afgelopen dagen er ongeveer uit:

Vrijdag 18-10
Idioot vroeg op en naar België i.v.m. de crematie van tante Miep. Na de plechtigheid was er een buffet en terwijl ik daar stond zag ik opeens tante in gedachten naast me staan. Ze keek verwonderd om zich heen. ‘Dit is allemaal ter ere van jou hoor’ zei ik. Haar ogen werden groot van schrik. ‘Krastes’ antwoordde ze. In weerwil van de droeve omstandigheden moest ik toch even glimlachen. Ze leek opeens echt even dichtbij.

Maandag 21-10
08.00 uur. Zit weer met klamme handen in het vliegtuig, op weg naar Ljubljana. Ik vond het te vroeg om aan de alcohol te gaan teneinde me lichtelijk verdoofd aan boord te begeven en bovendien: de minachtende blikken van vriendin L. wilde ik ook wel eens trotseren. Haar verbijstering kent werkelijk geen grenzen als ze de paniek weer eens uit mijn ogen ziet spatten bij een onverhoedse beweging van zo’n vliegtuig. Wat een ellende. En dat allemaal nog wel op de verjaardag van dochter. Gefeliciteerd lieveling! Ik hoop dat je een geweldige dag hebt en als ik terug ben krijg je gauw je cadeautje!

Dinsdag 22-10
We dachten dat het koud zou zijn in Ljubljana maar het is 24 graden en dat blijft het voorlopig. Daar zitten we dan met koffers vol winterkleding. Zagen aan de oever van de Ljubljanica een mooie grote bever en waren verrukt. ‘Het is een waterrat’ zei een meneer die achter ons stond. Ons enthousiasme verdween als sneeuw voor de zon. Een waterrat (formaat kleine herdershond) is toch wat anders dan een schattige bever.

Woensdag 23-10
Naar Triëst. Bij Caffè degli Specchi zag ik weer allemaal charmante dametjes waar moe zó tussen had gekund en een enorm gemis rees even in me op. Zal ik haar echt nooit meer spreken? dacht ik. Waar zit ze nu en wat doet ze nu? Die leegte die je soms – al is het maar een paar seconden – kan overvallen blijft wonderlijk.

Vrijdag 25-10
Naar het prachtige Škofja Loka en het kasteel bezocht. Verder is er feitelijk weinig te doen in Škofja Loka maar het is gewoon mooi. Vroeg aan iemand met wie we in gesprek raakten hoe de inwoners daar heten. ‘Zijn dat Škofja Lokians?’
Het blijken gewoon ‘Lokians’ te zijn. Weer wat geleerd.

Zaterdag 26-10
19.10 uur. Vriendin L. is aan het inchecken en ik ben aan het kijken wat we morgen nog kunnen doen – ons laatste dagje alweer.
19.13 uur. L. slaakte net een oerkreet en eerst geloofde ik niet wat ze zei. Ze gilde: ‘We vliegen niet morgenavond – we vliegen morgenóchtend!’ Ik kan het haast niet geloven.
19.17 uur. Het is echt waar. We vliegen om 09.00 uur.
19.19 uur. Hoe is het in Godsnaam mogelijk dat we zo in de war waren??

Maandag 28-10
11.47 uur. Huishoudelijke werkzaamheden verricht. Waarom bestaan er nog geen zelfreinigende huizen?
21.20 uur. Net thuis, met man en pa gegeten bij Xin Hua.
22.16 uur. Vriendin L. belde. ‘De man van Stacey (vriendin die in Engeland woont) heeft laatst tijdens een ruzie met Stacey zijn vork uit pure machteloosheid in zijn voorhoofd geramd’ zei L. We vonden dat beiden erg vreemd dagboek. Dat is toch niet normaal?

Woensdag 30-10
‘Alweer grote protesten hè?’ zei ik glunderend tegen man. ‘Dit keer de bouwsector’. Ik wreef nog net niet verheugd in m’n handen.
Man haalde schouders op. ‘De problemen stapelen zich overduidelijk op in onze maatschappij maar ja: dat krijg je nou eenmaal met een Lachende Leider die van zichzelf zegt dat hij geen visie heeft’.
Hij liet z’n krant zakken en staarde met een holle blik voor zich uit. Toen zuchtte hij, schudde zijn hoofd en las verder.

Donderdag 31-10
Zojuist kreeg ik een berichtje van een van m’n Surinaamse tantes. Ze noemde me zoals ik genoemd werd als klein meisje, ooit, lang geleden. Er zijn weinig tot geen mensen die me nog zo noemen, die überhaupt nog weten dat ik ooit zo genoemd werd. Het maakte me opeens een beetje melancholiek. Dat is dus kennelijk wat ouder worden soms met je doet – het maakt je melancholiek. Hoezo ‘Later als ik groot ben’?

5 Vinden dit leuk!