Vrijdag 02-11
Lief dagboek,
Zojuist las ik in de Harlinger Courant dat ons volgens Piet een zware winter te wachten staat. Ook dat nog. Ik vind het nu eigenlijk al welletjes met dat vroege donker en zo, en dan ook nog een zware winter? Wat vreselijk.
Vanochtend werd ik trouwens wakker met Duncan Brown’s ‘Wild Places‘ waarmee ik dan direct beland bij het Liedje van de Week. Toen Duncans stem even later door de boxen schalde zag ik mezelf in gedachten terug op de zolder aan de Govert Flinckstraat in Amsterdam waar ik ooit woonde en waar het een waar muizenparadijs voor mijn kat Sjiepie was. Ik was net van een heel vervelend vriendje af en ervoer dagelijks hoe heerlijk het was om weer helemaal mezelf te kunnen zijn. Mooie tijden. Behalve die muizen dan.

Zondag 04-11
Ex kwam eten met z’n nieuwe gezinnetje (vrouw + halfbroertje en -zusje van dochter). Was heel gezellig. Ben dol op de kindjes van ex, zijn zo schattig en lief en klein. ‘Zo was jij ook’ zei ik tegen dochter die met haar halfbroertje en -zusje aan het spelen was. ‘Dat was trouwens niet eens zo lang geleden dat je zo was – gisteren of zo’. Zo voelde dat ook echt dagboek, maar dochter is laatst ondertussen toch maar mooi 21 jaar geworden dus gisteren was het beslist niet, maar toch, maar toch… Goh, wat gaat het toch beangstigend snel allemaal.

Maandag 05-11
Moest vanmiddag lachen met vriendin M. en haar man. ‘Onze nieuwe buren nemen altijd heel lief afscheid van elkaar als de buurman naar z’n werk gaat’ vertelde M. ‘Ze knuffelen elkaar en als hij wegrijdt blijven ze naar elkaar zwaaien alsof ze elkaar de komende vijf jaar niet zullen zien. Waarom doe jij dat niet??’ Ze keek haar eega licht verwijtend aan.
‘Waarom zou ik dat doen?’ sputterde de man van M. ‘Ik ken de buurvrouw nauwelijks – ik ga dat mens echt niet knuffelen hoor’.
M. zuchtte.

Dinsdag 06-11
Wat was het een mooie dag vandaag! Met een beetje verbeelding zou het lente kunnen zijn – de zon scheen en de temperatuur was voor deze tijd van het jaar heerlijk. Heb vandaag shakshuka gemaakt, is gerecht met gepocheerde eieren en tomatensaus en verder alles wat je maar in huis hebt. Het was erg lekker, althans: dat vond ik. Man vond het helemaal niks. Nee, dat is niet waar: hij vond het ‘zes keer helemaal niks’. Hij had voor zichzelf een grote entrecote gebakken en prees zich gelukkig met het feit dat hij niet van mij afhankelijk was. ‘Anders was ik toch mooi in de aap gelogeerd’ grinnikte hij. Deed net of ik hem niet hoorde en nam genietend nog een hapje shakshuka.
‘Dan had je met Winda* wat moois moeten beginnen’ zei ik uiteindelijk. ‘Die had je vast de heerlijkste hapjes voorgeschoteld’. Winda was lang geleden een collega van man en ooit verschrikkelijk verliefd op hem maar tot haar immens grote verdriet werd die liefde niet beantwoord. Man glimlachte mild bij de herinnering. ‘Vrouwen kunnen rare wezens zijn’ zei hij hoofdschuddend en sneed weer een stuk van zijn entrecote af.

Woensdag 07-11
Liep vandaag in de supermarkt en keek eens heel bewust naar wat er allemaal op de schappen staat. Volgens mij is 80% van wat er in zo’n winkel verkocht wordt alleen maar suiker. God, wat hebben de Unilevers en de Nestlé’s en de Coca Cola’s en al die andere multinationals ons toch vergiftigd met héél veel steun van de overheid. Als suiker nu ontdekt zou worden zou het, denk ik, op de lijst van verboden middelen komen te staan.

Het lijkt er trouwens op dat vriendin G. zich beetje bij beetje over de scheiding heen begint te zetten maar toch zit ze nog steeds vol verhalen. ‘Weet je hoe vernederend het is als je uit pure frustratie en na een vette ruzie je man dagenlang negeert en hij op dag vijf enthousiast tegen je zegt: ‘Vind jij ook niet dat het de laatste tijd beter tussen ons gaat?’ zei ze laatst tegen me. ‘Ik NEGEERDE hem en hij… Ach, laat me er maar over ophouden’. Kon er niets aan doen dagboek, maar moest toch glimlachen.

‘s Avonds J. & T. op bezoek. Was verschrikkelijk gezellig.

Donderdag 08-11
Droomde van de naderende winter. Het was koud en donker en de wereld was veranderd in een enge, grijze dystopie (tegenovergestelde van utopie). Opeens verscheen het grijnzende hoofd van Rutte aan het firmament. ‘Stem op mij bij de komende verkiezingen’ kwaakte hij terwijl iedereen in doodsangst naar binnen holde om zich te verschuilen. ‘Dit keer zal ik proberen mijn beloftes niet te breken. Dat beloof ik’ kwaakte hij lustig door.
Werd wakker, strompelde naar de badkamer en zag dat de vrouw in de spiegel een licht-manische blik had. Wat als ik voorspellende gaven heb? Wat als bij de komende verkiezingen Rutte nog een keer…. Een plots optrekkende kilte verspreidde zich door mijn hele lichaam. O God. Ik vrees dat Piet gelijk krijgt. Het wordt een ijs- en ijskoude winter.

*********

*De naam Winda is natuurlijk gefingeerd!