Toen ik vanochtend wakker werd had een serieuze kater. Dit is een beetje vreemd want dat heb ik eigenlijk nooit. In principe kan ik aardig wat alcohol weg werken zonder daar last van te hebben maar ditmaal niet.

Misschien had het te maken met het feit dat ik drie verschillende soorten wijn door elkaar heen had gedronken maar volgens mijn ervaringen uit het verleden moet ook dat gewoon kunnen zonder al te veel noemenswaardige problemen. Vanochtend echter werd ik wakker en – nee, eigenlijk werd ik ‘s nachts om een uur of vier al wakker. De wereld draaide om me heen en ik had het gevoel dat ik ondersteboven in de slaapkamer hing. In het donker was ik compleet gedesoriënteerd en ik had het gevoel dat ik omhoog viel dus knipte ik het licht aan, ging half rechtop zitten met wat kussens in m’n rug en doezelde zo wat verder. Terwijl ik wanhopig probeerde te slapen schoten de meest vreemde en warrige gedachtes door mijn hoofd en van lekker slapen was geen sprake.

————————-

Zelfs nu, uren later, voel ik me nog steeds wat gammel. Ze zeggen wel eens dat de beste redemie tegen een kater een glas alcohol is maar voorlopig (de eerstkomende 2 jaar) moet ik er niet aan denken. Het ergste is dat ik krampachtig opgewekt en geforceerd blij door het leven strompel – ik wil niet aan mijn omgeving laten merken hoe ernstig ik eraan toe ben. Ik huldig het principe “‘s avonds een vent, ‘s ochtends met rust laten ook een vent” dus ik wil me niet laten kennen maar ondertussen breekt het klamme zweet me om de vijf minuten uit.

Tegen man- en dochterlief ben ik vrolijker dan normaal en toen mijn moeder net belde brulde ik dat ik zo in mijn sas ben vanwege het mooie weer en straks nog even lekker in de tuin ga werken. Het liefst kroop ik nu onder de wol in een geblindeerde geluiddichte kamer.

————————-

Nacht van zaterdag op zondag
Zo, daar ben ik weer. De dag is inmiddels om en ik ben net thuis. Het had een mooie, heerlijke dag kunnen zijn als ik me niet zo brak had gevoeld. In de loop van de middag heb ik toch maar een paracetamol genomen en een dutje gedaan. Dat doe ik echt nooit, paracetamol of dat soort toestanden. Dat ik het nu wel deed was tekenend voor mijn schrijnende situatie.

Nadat ik wat opgeknapt was gingen manlief en ik tegen de avond met wat vrienden uit eten. Terwijl we aan tafel zaten, ik vrolijk keuvelde en wederom krampachtig blij deed, hield ik me met beide handen aan m’n stoel vast. Ik was bang dat ik er anders vanaf zou vallen.

Veel zin in alcohol had ik dan ook niet en ik heb het gebruik daarvan beperkt tot één glaasje (jaja, ik weet het: je zou ook kunnen zeggen: ‘was dat nou wel zo verstandig maar het overviel me gewoon). Als ik de stoel niet vasthield en mijn armen rustig op tafel neervlijde had ik het gevoel dat de tafel trilde, wat ik tamelijk beangstigend vond. Ik wou niet vragen of mijn gezelschap dit ook zo voelde dus klampte ik me weer stevig vast aan de zitting van de stoel. Het wonderlijke is: nadat ik klaar was met eten knapte ik zienderogen op. Het klamme zweet brak me niet meer om de zoveel minuten uit en opeens werd ik wat energieker. Misschien was de alcohol eindelijk uitgewerkt, dat kan ook.

Nu ga ik lekker naar bed en morgen ga ik me weer verdiepen in die ene vraag die me de afgelopen nacht constant stelde, namelijk: hoe kan het toch dat niemand op deze wereld ondersteboven rondloopt? Aan de andere kant van de wereld staan ze ook gewoon rechtop. Ja, de zwaartekracht theorie ken ik wel, maar hoe kan het dat we niet ondersteboven… Enfin, ik moet dit even op m’n gemak zien uit te dokteren. Nu eerst slapen. Welterusten.

————————-

Zondagochtend. Nu ik dit overlees kom ik tot de conclusie dat ik mezelf hier neerzet als een verwilderde alcoholiste. Dit is nou ook weer niet het geval. Het een en ander is wel geschreven met de nodige ironie en zelfspot. Uit het vraagstuk van ondersteboven hangen ben ik echter nog niet. Daar ga ik me op deze mooie zondag eens goed in verdiepen.