Bron: Pixabay‘Wat denk je’, zei manlief zojuist, ‘zal ik nog even naar de kapper gaan straks?’
Ik bekeek hem even en antwoordde: ‘misschien is dat geen slecht idee.’

We krijgen namelijk een druk weekend in verband met de ZESTIENDE verjaardag van dochterlief. Zestien! Hoe kan dat nou? Gisteren was ik in verwachting. Voelde ik haar schoppen en zeiden mijn vader en broer hoopvol: ‘dit wordt een klein voetballertje.’
Gisteren kreeg ik haar, een wondermeisje.
Gisteren was ik bekaf omdat ze nooit, maar dan ook nooit stopte met huilen. (Ik heb het wel eens geklokt: van de 24 uur huilde ze zestien. Ik was de wanhoop nabij).

Gisteren haalde ik haar van school en rende ze me tegemoet met de mooiste tekeningen.
Gisteren speelden we samen met de Barbies. Ik was Ken en zij was Barbie.
Gisteren bakten we cakes die we met de meest fluorescerende kleurtjes glazuurden.
Gisteren zeulde ik door de regen met het poppenhuis dat ze zo graag wou hebben.
Gisteren stond ze ’s nachts naast m’n bed en zei: ‘mag ik naast je slapen?’ waarop ik slaperig zei: ‘je mag tot je 80ste naast me slapen. ‘
Gisteren viel ze zo hard dat beide knietjes kapot waren.
Gisteren plukte ze bloemetjes voor me aan de kant van de weg en kwam er trots mee thuis.

Gisteren kon ze niet slapen en zei ik: ‘zullen we dan maar koekjes gaan bakken?’ Toen ze uren later naar bed ging was ze tevreden, moe en voldaan. Ze sliep direct.
Gisteren was ze ziek, ijlde ze. Ik ging met een koud washandje over haar voorhoofd en maakte me zorgen.
Gisteren maakte ze tekeningen voor K3.
Gisteren oefende ze allemaal dansjes en gaf dan een voorstelling waar we verplicht naar moesten kijken.
Gisteren gingen we samen in bad en speelden urenlang met de eendjes, plastic bekertjes en plastic bestek.
Gisteren keken we samen naar Pippi Langkous films met een bak popcorn tussen ons in.
Gisteren tilde ik haar op en sloeg ze haar armpjes om me heen.
Gisteren…
Gisteren…

Er zijn momenten dat ik dat kleine meisje zo verschrikkelijk mis dat ik er bijna om moet huilen. Het is een raar fenomeen van de natuur. Je krijgt een kind en je neemt er constant afscheid van. Voordat je het weet is het kindje van 3, 5, of 8 jaar weg, verdwenen, en heb je alleen nog maar foto’s of filmpjes waar je weemoedig glimlachend naar kijkt. Op een dag zal ik hoogstwaarschijnlijk hetzelfde over deze periode zeggen. Als ze 26 wordt bijvoorbeeld. Of 36. Of 46. Of 56. Of… ja, goed, je snapt het wel.

——————

Ik dwaal weer af zie ik. Terug naar manlief. ‘Zal ik nog even naar de kapper gaan?’ vroeg hij zojuist.
Ik zei: ’misschien is dat geen slecht idee.’
Bij onze kapper, Mark heet hij, komen we al jaren en hij knipt ons allemaal. Mark is een lieve, gevoelige beschaafde man, bloost gauw en is homo. Hij bakt appeltaarten, luistert graag naar klassieke muziek en is sinds kort verliefd op Peter.

Ik vond het dan ook echt wat typisch klinken toen manlief riep wat hij zojuist riep toen hij Mark belde. Mijn ontzetting en verbijstering hadden niet groter kunnen zijn.
Mijn mond werd in één keer kurkdroog en volgens mij moet ik glazig uit mijn ogen gekeken hebben toen ik manlief hoorde brullen:
‘Hallo Mark, jongen, hoe is het ermee – heb je straks even een gaatje voor me?’
Toen ik manlief daarna uit probeerde te leggen dat het niet zo charmant klonk grijnsde hij en beweerde dat Mark daar heus niet wakker van ligt. Dat hoop ik dan maar. Want vreemd klonk het wel.