Door het aanhoudende mooie weer zit ik de laatste tijd weinig achter mijn pc en wil het ook niet zo heel erg vlotten met mijn boek. Dat is een beetje vervelend want het ging net zo lekker.

Het idee voor m’n boek kreeg ik tijdens een van mijn hyperactieve nachten, zo een nacht waarbij je niet kunt slapen en denkt: ‘wat doe ik hier in dit bed?’
Zo begint mijn boek, mijn mega-bestseller: 😉

Toen mevrouw de Vries ’s ochtends de krant uit de brievenbus haalde had ze niet kunnen bevroeden dat ze er ‘s avonds niet meer zou zijn. Gelukkig maar, want anders had ze haar man een stuk liefdevoller bejegend bij zijn thuiskomt. Nu beperkte ze zich tot een: ‘Zo. Ben je daar?’ en wendde haar gezicht af toen hij haar een kus wou geven.

Wat kijkt hij weer tevreden’ realiseerde mevrouw de Vries zich verbitterd en haar mond vertrok toen ze haar man vanuit haar ooghoeken gadesloeg. Nietsvermoedend liet hij zich neervallen op de bank en deed een greep naar de afstandsbediening. Mevrouw de Vries ging woest door met het kneden van het deeg en veegde vervolgens haar handen af aan haar keukenschort.

Het belletje van de oven deed haar beseffen dat de pastei klaar was en zuchtend trok ze haar ovenhandschoenen aan. ‘Het ruikt lekker lieverd’ riep meneer de Vries terwijl hij een flinke boer liet en aan zijn kruis krabde. Knarsetandend zette mevrouw de Vries met een klap de pastei op tafel terwijl haar mond zich grimmig vertrok.

‘Moet je ongesteld worde? grijnsde meneer de Vries en hij stond op van de bank, log en langzaam, terwijl hij zich voortsleepte naar de eettafel waar hij zich met een plof op de keukenstoel liet vallen. Het was een afstand van een meter of drie maar de manier waarop hij die paar meters aflegde waren voor mevrouw de Vries een gruwel.

‘Er is weer een brief voor je gekomen’ siste ze en ditmaal klonk er duidelijk een onverholen minachting in haar stem.
‘Alweer?’ riep haar man verbijsterd uit en aan de manier waarop hij zijn schouders rechtte zag ze dat hij werkelijk schrok.’

Zo begint dus mijn ijzersterke thriller maar de laatste dagen wil het maar niet vlotten. Ik heb het ook veel te druk: ik krijg weer een huis vol logees in verband met de Visserijdagen en aangezien ik de afgelopen 3 weken niets, maar dan ook niets aan mijn huishouden gedaan heb moet ik een inhaalslag maken die zijn weerga niet kent.

Mijn ouders komen logeren, samen met de zus van mijn moeder en vriendin P. met haar dochter.
Omdat ik al weken niets in huis gedaan had – en eerlijk is eerlijk, de maanden daarvoor eigenlijk ook al niet bar veel aangezien huishoudelijke activiteiten niet erg aan mij besteed zijn – bekijk ik nu alles door de ogen van mijn gasten en wat ik zie is schrikbarend.

‘Die badkamer!’ schrik ik en ik deins achteruit. ‘Hier was bijna de GGD aan te pas gekomen’ realiseer ik me. De slaapkamers, keuken en woonkamer zijn er al even slecht aan toe.

————————

Zo, inmiddels zijn we al enkele uren verder. Na de laatste zin die ik typte sprong ik op en begon aan de grote schoonmaak. Ik ben bekaf nu.

Het gekke is: toen ik aan deze post begon wou ik iets heel anders schrijven. Ik wou iets dieps schrijven, iets filosofisch. Ik wou me, al schrijvend, afvragen of het goed is of juist niet goed is dat het Westen zich weer voor het karretje laat spannen gaat bemoeien met de toestanden in Syrië. Wat zich daar afspeelt is gruwelijk ja, natuurlijk. Maar moet het Westen alwéér de kastanjes uit het vuur halen? De Arabische Liga kijkt toe terwijl al die landen zelf ook legers hebben. Die legers worden alleen maar gebruikt om de eigen bevolking te onderdrukken onder controle te houden maar waarom doen zij niets?
Al filosofisch schrijvend had ik me dus willen afvragen: moet het Westen zich – voor de zoveelste keer – in een wespennest steken, wetend dat het hen beslist niet in dank afgenomen zal worden?

Ik ben er nog steeds niet uit en daar kom ik vandaag ook niet uit vrees ik. Ik duik nu de tuin in met m’n krant en een smoothie. Na al dat leed dat huishouden heet ben ik daar enorm aan toe.