‘Ik ga de rat uitlaten!’ riep de man naar boven. ‘Volgens mij wil Tarzan nog even naar buiten!’ De vrouw die dit hoorde glimlachte vertederd.
‘Dat is goed lieverd!’ antwoordde ze terwijl ze luisterde naar de geluiden vanuit de woonkamer. De tv loeide boven alles uit en op de achtergrond hoorde ze de man bezig met de hond.
‘Goed zo Tarzan’, hoorde ze hem zeggen. ‘Brave hond.’

‘Lief van je schat!’ riep ze. Ze wist dat hij het verschrikkelijk vond om met Tarzan te lopen.
‘Dat is geen hond’, had hij verschrikt uitgeroepen toen ze hem voorstelde een chihuahua aan te schaffen. ‘Dat een buidelrat. Een uit de kluiten gegroeide spitsmuis. Je verwacht toch niet serieus van mij dat ik met dat beest over straat ga? Dat ik de Jan Lul van de omgeving word?’

Natuurlijk was hij gezwicht. En liep hij, tot grote hilariteit van de buurt, regelmatig met ‘de buidelrat’ over straat, zoals hij Tarzan was blijven noemen.

Ze richtte zich weer op de film die ze vanuit haar warme bed bekeek en onwillekeurig rilde ze. De wind loeide en een van de luiken klepperde irritant tegen het huis. ‘Hij moet dat morgen even vastzetten’, dacht ze. ‘Dit is een akelig geluid’.

Toen de man weer binnenkwam was ze nog ingespannen aan het kijken. ‘Wat een lange wandeling heb je gemaakt lieverd!’ riep ze naar beneden toen ze zich realiseerde dat hij bijna een uur weggebleven was. Ze hoorde hem de voordeur op slot doen en de boel afsluiten.
‘Hij komt zeker naar bed’, dacht ze en ze keek op haar horloge. Het was al laat. Ze hoopte maar dat de film gauw afgelopen was.

Er was iets vreemds aan zijn voetstappen op de trap. Even fronste ze: waarom had hij in hemelsnaam zijn schoenen aan? Hij wist toch dat ze dat niet wou hebben?
‘Schoenen uit!’, brulde ze. ‘Ik hou niet van modderpoten op de trap!’
Tot haar grote frustratie liep hij gewoon door. ‘Is hij gek geworden of zo?’ vroeg ze zich verbijsterd af. Dit had hij nog nooit gedaan. Ze merkte dat ze kwaad werd.
‘Waar ben je in Hemelsnaam mee bezig…?’ begon ze toen hij de kamer inliep. De rest van haar woorden verstomden op haar lippen toen ze in de ogen keek van een onbekende man. De kwaadheid die ze een miljoenste seconde nog voelde was plotsklaps verdwenen en had plaats gemaakt voor een verlammende angst.

Ze opende haar mond om iets te zeggen. Er kwam geen geluid. Het lukte niet. Toen het haar eindelijk lukte een nauwelijks hoorbare schorre kreet te produceren grijnsde de man minachtend. Zijn waanzinnige blik monsterde haar van top tot teen. Toen begon hij te lachen. Het was een maniakale, bulderende lach en terwijl hij een stap haar richting op deed schoot er, ja, het was echt wonderlijk, nog maar één gedachte door haar hoofd: ‘Nu mis ik het eind van de film.’