´Weet je dat in sommige delen van Harlingen een heuse buurtwacht rondloopt?´ zei de vrouw op een middag tegen haar man. ´Zelfs in onze buurt is er een buurtwacht actief.´
Ze hadden samen een lange wandeling door het stadje gemaakt, de man en de vrouw. Nu zaten ze binnen bij café het Noorderke. De vrouw had een latte macchiato genomen en de man een espresso en beiden smulden ze van het appelgebak met slagroom.

´Ja, dat weet ik´, zei de man terwijl hij genietend een slokje van zijn koffie nam.
´Ik keek daar van op´, zei de vrouw. ´We hebben het er samen nooit over gehad. Het schijnt dat verschillende mannen uit de buurt meelopen. De man van Tessa bijvoorbeeld, net zoals de man van Anna. En de man van…´
´Ja ja´, zei de man. ´Ik weet het heus wel hoor.´ Hij klonk wat kribbig.
´Ja, dat kan wel´, zei de vrouw, ´maar wat ik nou zo vreemd vind is dat ik jou er nog nooit over gehoord heb. Met geen woord. Dat vind ik typisch. Is het niet iets voor jou, om ook mee te lopen met de buurtwacht? Mee te helpen aan een veiligere buurt?´

De vrouw nam een hapje van haar appelgebak en keek de man vorsend aan.
De mond van de man leek opeens wat te trillen.
´Ik weet het niet´ zei hij uiteindelijk aarzelend.
´Je weet het niet?´ vroeg de vrouw verbaasd.
´Ik denk niet, ik weet niet…´ hakkelde de man.

De vrouw keek de man verbijsterd aan. ´Wat probeer je nu eigenlijk te zeggen?´ vroeg ze. Ze klonk wat geprikkeld.
´Nou´, zei de man, terwijl hij zijn trillende mondhoeken afveegde met het servetje dat op tafel lag. ´Moet je horen: stel dat er wat gebeurt. Stel dat we iemand tegenkomen met slechte bedoelingen. Stel dat het mis gaat en je me kwijt bent? Daar moet je toch niet aan denken? Dat risico loop je wel als je met zo’n buurtwacht meeloopt en dat wil ik niet. Dat wil ik jou ook niet aandoen.´

Ze gaf geen antwoord, zijn vrouw. Ze keek hem aan met een bestuderende blik, doordringend en onderzoekend, alsof ze hem voor de eerste keer echt goed zag. Zonder iets te zeggen nam ze het gezicht van de man in zich op in een stilte die steeds langer leek te duren.

´Nou?´ herhaalde de man toen ze zwijgend tegenover hem bleef zitten. ´Daar moet je toch niet aan denken?´

Nog even was ze stil terwijl zich een kleine rimpel op haar voorhoofd vormde en ze, zonder het zich bewust te zijn, op haar onderlip beet.
Uiteindelijk, na een stilte die minuten leek te duren, gaf de vrouw antwoord. ´Nee´, zuchtte ze terwijl ze haar koffie met een bruusk gebaar van zich afschoof. ´Je hebt helemaal gelijk. Ik moet er niet aan denken.´