‘Geachte heer Rutte,

Ik wilde u even meedelen dat de enige actie die ik uwerzijds nog zal steunen het indienen van uw ontslag zal zijn. Mocht u ooit besluiten hiertoe over te gaan kan ik u verzekeren dat u Nederland een grote dienst bewijst. Uw overige acties lijken erop gericht te zijn Nederland kapot te maken en waarom?

Ik begrijp het niet zo goed meer. Wat ik constateer is dat er miljoenen aan Overheidsgelden (mijn geld dus) linea recta de grens overgaan maar dat de ouderen – de mensen die nota bene Nederland hebben opgebouwd – dagenlang in een smerige luier mogen liggen. Het feit dat misschien zelfs bezuinigingen op de AOW plaats zullen vinden zegt bijzonder veel over dit kabinet en….’

‘Je bent jezelf weer enorm belachelijk aan het maken’ hoorde Hendrik-Jan Doordouwer opeens achter zich en hij schrok zich wezenloos. Hij had Afke niet horen binnenkomen en had niet in de gaten dat ze nu over zijn schouder meelas.
‘Kun je voortaan niet even laten weten dat je er bent?’ bromde hij wat gegeneerd. Hij sloeg zijn document op en klapte de laptop dicht.
Afke bekeek Hendrik-Jan Doordouwer met een bezorgde blik. ‘Je duikt er veel te veel in lieve, in al die politieke toestanden’ zei ze terwijl ze ondertussen een zak van Zensa opende en hier een kledingstuk uithaalde.
Hendrik-Jan versteende. ‘Heb je wéér iets gekocht?’ kreet hij ongelovig toen hij de jurk bekeek die Afke uit de zak toverde. ‘Mens, tijdens de Visserijdagen heb je half Harlingen al leeggekocht!’
Afke schonk hem een vernietigende blik. ‘Zullen we het maar niet over de Visserijdagen hebben?’ schamperde ze. ‘Ik schaam me nog steeds als ik eraan denk.’
Hendrik-Jan deed alsof hij dit laatste niet hoorde en schoof ongemakkelijk met zijn voeten. Het was waar: ook ditmaal was het een beetje uit de hand gelopen, vooral zaterdagavond. Hij herinnerde zich nog vaag dat Afke hem woest naar binnen had gesleurd toen hij ’s nachts buiten in de bloempot plaste, in de oprechte veronderstelling dat hij naar de wc was gelopen.

Afke liep naar de keuken en Hendrik-Jan Doordouwer besloot door te gaan met zijn brief.
…en een land dat zijn onderdanen op déze manier behandelt is een ziek land. Uw kabinet verdient de Rode Kaart en het enige woord dat bij me opkomt als ik aan u denk is: ‘plucheklever’. Die miljoenen die u met een groots gebaar schenkt aan Griekenland zouden veel beter aan onze oudjes besteed kunnen worden en….’

‘Je moet ophouden met dit idiote gedoe’ riep Afke vanuit de keuken. ‘Die Mark Rutte doet ook gewoon zijn best en ik vind hem een leuke, knappe man. Zou hij wat zijn voor onze Marie? Stel dat ook meteen even aan hem voor in je brief nu je toch aan het schrijven bent.’
Geïrriteerd haalde Hendrik-Jan Doordouwer zijn schouders op. ‘Echt weer iets voor Afke om er zo gemakkelijk over te praten’ dacht hij. ‘Je vraagt je af of ze wel beseft wat er allemaal gebeurt in Nederland en in de rest van Europa.’

Hij hoorde Afke wat neuriën en boog zich dieper over zijn laptop. Misschien kon hij z’n brief nog afmaken vandaag, dat zou mooi zijn. ‘Ik ga straks weer de deur uit hoor lieve!’ riep Afke vanuit de keuken. ‘Ik heb afgesproken bij Nooitgedagt met Mariëlle, ik weet nog niet hoe laat ik thuis ben. Je moet zelf maar even wat versieren met eten, dat vind je toch niet vervelend hé?’

‘Nee, nee’ brulde Hendrik-Jan Doordouwer enthousiast. ‘Natuurlijk vind ik dat niet erg. Blijf zolang je wilt, denk niet om de tijd.’
‘Probeer maar zo lang mogelijk weg te blijven’ mompelde hij er zachtjes achteraan terwijl hij weer naar zijn beeldscherm tuurde. Heerlijk, een vrije avond voor de boeg. Daar kon hij zich echt op verheugen. Wie weet kon hij nog wel een tweede brief schrijven ook.

—————————–

Hendrik-Jan Doordouwer verschijnt om de week in de Harlinger Courant. Hij moppert heel wat af maar gelukkig is daar Afke die hem altijd wel weer uit de put weet te trekken. Hoewel…..